In een geschil tussen een appartementseigenaresse en haar Vereniging van Eigenaars (VvE) heeft de rechtbank Midden-Nederland zich bevoegd verklaard om de zaak te behandelen. De eigenaresse betwist de geldigheid van enkele VvE-besluiten en wil deze nietig laten verklaren of vernietigen. Daarnaast wil ze de bestuurder ontslaan en een nieuw bestuur benoemen. De VvE stelde dat de zaak bij de kantonrechter thuishoorde, maar de rechtbank wees dit af en verklaarde zichzelf bevoegd.
VvE-geschil over besluiten
Het conflict ontstond toen de eigenaresse de geldigheid van besluiten van de VvE in twijfel trok. Het betrof onder andere een besluit over een betaling van € 200,00 per persoon aan eigenaars die deelnemen aan een commissie voor de controle van de eindbalans en exploitatierekening. Ook de benoeming van een kascommissie met dezelfde leden werd betwist.
De eigenaresse vroeg de rechtbank om een voorlopige voorziening om de besluiten op te schorten, uit vrees voor schade aan haar financiële belangen. De VvE, vertegenwoordigd door de bestuurder, vond dat de rechtbank onbevoegd was en dat de vorderingen bij de kantonrechter moesten worden ingediend via een verzoekschrift.
Rechtbank bevoegd ondanks bezwaren VvE
De rechtbank heeft de argumenten van beide partijen gewogen. De eigenaresse beriep zich op artikel 2:14 van het Burgerlijk Wetboek voor de beoordeling van de nietigheid van de besluiten. Daartegenover stelde de VvE dat vernietiging van besluiten onder artikel 5:130 BW valt, waarvoor de kantonrechter bevoegd zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat zij bevoegd is om de nietigheid van de besluiten te beoordelen op basis van artikel 2:14 BW. Hoewel vernietigingsverzoeken bij de kantonrechter horen en via een verzoekschrift moeten verlopen, vond de rechtbank het belangrijker om eerst de nietigheid te beoordelen.
Geen voorlopige opschorting van besluiten
De rechtbank zag geen reden om de besluiten voorlopig op te schorten, aangezien de eigenaresse onvoldoende had aangetoond dat er onherstelbare schade zou ontstaan door de uitvoering van de besluiten. De uitvoering werd dus niet opgeschort in afwachting van de hoofdzaak.
De proceskosten werden gecompenseerd, wat betekent dat beide partijen hun eigen kosten dragen. De zaak is doorverwezen naar een rolzitting voor het nemen van de conclusie van antwoord door de VvE. Verdere beslissingen in de hoofdzaak zijn aangehouden.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBMNE:2026:1134
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




