In een zaak bij de rechtbank Amsterdam stond een Vereniging van Eigenaars (VvE) tegenover een eigenaar die weigerde zijn servicekosten te betalen. De eigenaar werkte ook niet mee aan een noodzakelijke inspectie voor de collectieve verzekering. De rechtbank oordeelde dat de VvE geldige besluiten had genomen en dat de eigenaar de onbetaalde servicekosten moest voldoen en medewerking moest verlenen aan de inspectie.
Onbetaalde servicekosten en weigering inspectie
De VvE, die bestaat uit eigenaren van bedrijfsunits in een bedrijfsverzamelcomplex, stelde vast dat één van de eigenaren, aangeduid als [gedaagde], nalatig was met het betalen van de servicekosten. Bovendien weigerde hij mee te werken aan een vereiste inspectie van de elektrische installaties. Sinds 2022 was er een betalingsachterstand voor de servicekosten, wat leidde tot onvoldoende fondsen voor het noodzakelijke onderhoud van het dak, dat in slechte staat verkeerde.
Besluiten tijdens de ledenvergadering
In 2024 werden er verschillende ledenvergaderingen gehouden, waarin unaniem werd besloten tot het uitvoeren van dakonderhoud en het innen van servicekosten. [Gedaagde] was hierbij veelal afwezig en bleef in gebreke, ondanks meerdere herinneringen om zijn achterstallige betalingen te voldoen.
Standpunten van de VvE en de eigenaar
De VvE stelde dat de servicekosten gebaseerd waren op rechtsgeldig genomen besluiten en dat de inspectie noodzakelijk was voor de verlenging van de verzekering. [Gedaagde] betwistte de rechtsgeldigheid van de besluiten, omdat hij vond dat de VvE niet aan alle formele vereisten had voldaan. Hij stelde verder dat de facturen onvoldoende gespecificeerd waren en beweerde bereid te zijn om mee te werken aan de inspectie, hoewel hij dit niet had gedaan.
Rechterlijke beslissing
De rechtbank concludeerde dat de VvE rechtsgeldige besluiten had genomen, ondanks enkele formele tekortkomingen. Deze besluiten waren niet nietig, maar hoogstens vernietigbaar. Omdat [gedaagde] geen verzoek tot vernietiging had ingediend, was hij gebonden aan de besluiten. De rechtbank wees de vordering van de VvE tot betaling van de openstaande facturen van €31.282,69 toe, evenals de vordering tot betaling van €1.041,33 aan buitengerechtelijke incassokosten.
Verplichting tot medewerking aan inspectie
[Gedaagde] werd ook veroordeeld om mee te werken aan de noodzakelijke inspectie, gezien zijn eerdere afwijzende houding. De rechtbank benadrukte het belang van de inspectie voor de brandveiligheid en verzekeringseisen. De vonnissen werden uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat ze onmiddellijk uitgevoerd kunnen worden, zelfs als [gedaagde] in hoger beroep zou gaan.
Proceskosten en hoofdelijkheid
[Gedaagde] werd veroordeeld in de proceskosten, begroot op €5.035,90. Deze omvatten de dagvaardingskosten, griffierecht en het salaris van de advocaat van de VvE. De kostenveroordeling was hoofdelijk, wat betekent dat [gedaagde] voor het volledige bedrag aansprakelijk is, tenzij een andere partij het betaalt.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBAMS:2025:7382
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




