In een zaak tussen een appartementseigenaar en de Vereniging van Eigenaars (VvE) van een wooncomplex aan het water, heeft de rechtbank Amsterdam beslist dat de VvE mag doorgaan met het aanbrengen van een aanvaarbescherming. De eigenaar had geëist dat de VvE zou stoppen met deze werkzaamheden en de bescherming gedeeltelijk zou verwijderen. De rechter wees de verzoeken van de eigenaar af.
Aanleiding voor het aanbrengen van de aanvaarbescherming
Het wooncomplex ligt aan het water en tijdens de bouwfase ontstonden er twijfels over de waterdichtheid van de fundering. Om mogelijke schade door aanvaringen te voorkomen, besloot de VvE om een aanvaarbescherming aan te brengen. Deze bestaat uit horizontale balken en verbindingsstukken die met verticale palen in de gemeentewateren zijn geplaatst.
Bezwaren van de appartementseigenaar
De eigenaar maakte bezwaar tegen de aanvaarbescherming. Hij stelde dat de VvE haar bevoegdheden overschreed door in gemeentewateren te bouwen en dat de constructie zijn recht op een privésteiger belemmerde. Daarnaast zou de bescherming zijn uitzicht en privacy schenden, omdat mensen eroverheen konden lopen en in zijn woning konden kijken.
Standpunt van de VvE
De VvE stelde dat de werkzaamheden al waren afgerond en dat de aanvaarbescherming geen doorlopende loopsteigerfunctie had, maar puur een beschermende functie. Bovendien zou het verwijderen van delen de stabiliteit van de constructie schaden. De VvE vond dat het aan de individuele eigenaren was om te beslissen of zij loopplanken op de bescherming wilden aanbrengen.
Oordeel van de rechter
De voorzieningenrechter oordeelde dat de aanvaarbescherming geen inbreuk maakte op de rechten van de eigenaar. Er was onvoldoende bewijs dat de VvE haar bevoegdheden te buiten was gegaan. De vordering om de werkzaamheden te staken werd afgewezen, omdat deze al waren afgerond. De rechter wees ook het verzoek af om de betalingsverplichting voor de aanlegkosten op te schorten, evenals de kosten voor een deskundigenrapport, aangezien er geen duidelijke rechtsgrond was en geen overleg met de VvE had plaatsgevonden.
Uiteindelijk werden alle vorderingen van de eigenaar afgewezen en werd hij veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 4.280,00, te voldoen binnen veertien dagen.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBAMS:2025:7419
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




