In deze zaak stond een geschil centraal tussen een groep appartementseigenaren, aangeduid als [verzoekers], en de Vereniging van Eigenaars (VvE) van hun appartementencomplex. Het conflict draaide om een VvE-besluit over de afkoop van de erfpachtcanon voor €1.600.000. [Verzoekers] waren het niet eens met dit besluit en vroegen de rechtbank om het te vernietigen of nietig te verklaren. Zij vonden dat het besluit niet rechtsgeldig was genomen en niet in het belang van alle eigenaren was. De rechtbank oordeelde echter dat het besluit rechtsgeldig was en wees het verzoek van [verzoekers] af.
Bezwaren tegen besluitvorming over erfpachtcanon
Het conflict begon toen [verzoekers] op 16 juli 2025 een verzoekschrift indienden. Ze stelden dat de VvE het besluit onduidelijk had geagendeerd en dat het niet voldeed aan de wettelijke en statutaire eisen. Ze waren van mening dat de VvE de bloot eigendom van de grond wilde overnemen zonder de vereiste unanimiteit onder de eigenaren. Ook vonden ze dat de juridische en financiële gevolgen van het besluit niet voldoende waren onderzocht.
De erfpachtcanon was oorspronkelijk afgekocht tot 2042, maar de VvE besloot een aanbod van de grondeigenaren te accepteren voor een eeuwigdurende afkoop. Dit besluit werd genomen tijdens een vergadering op 18 juni 2025, waarbij 85% van de stemmen voor het voorstel was.
Argumenten van de VvE
De VvE verdedigde het besluit door te stellen dat het binnen haar bevoegdheden viel en noodzakelijk was om de verkoopbaarheid en waarde van de appartementen te verbeteren. Ze voerden aan dat het besluit goed was voorbereid en dat er geen sprake was van een koopovereenkomst met uitgestelde levering, zoals [verzoekers] beweerden.
Rechterlijke overwegingen
De rechtbank oordeelde dat het besluit tot afkoop van de erfpachtcanon niet nietig was. De kantonrechter vond dat het binnen de beheerbevoegdheden van de VvE viel en dat het besluit met een ruime meerderheid van stemmen was genomen. De rechtbank achtte het besluit goed onderbouwd.
Daarnaast vond de rechtbank dat [verzoekers] niet voldoende hadden aangetoond dat het besluit in strijd was met redelijkheid en billijkheid. De VvE had aangetoond dat de afkoop de financierbaarheid en verkoopbaarheid van de appartementen zou verbeteren en dat er zorgvuldig onderzoek was gedaan in overleg met een financieel expert.
Uitspraak en gevolgen
Op basis van deze overwegingen wees de rechtbank het verzoek van [verzoekers] af. Ze werden veroordeeld tot de proceskosten van de VvE, begroot op €609,50. Deze kosten moesten binnen 14 dagen na betekening van het vonnis worden voldaan. De uitspraak bevestigde dat de VvE binnen haar rechten had gehandeld en dat er geen juridische gronden waren om het besluit te vernietigen of nietig te verklaren.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBAMS:2025:7692
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




