Een notaris in Den Haag stond centraal in een conflict rondom de overdracht van een appartementsrecht. De klaagster, die het gebouw beheert waarin het appartement zich bevindt, had problemen met de verkoper over schade aan het gebouw. Ze beschuldigde de notaris ervan de leveringsakte te hebben gepasseerd zonder volledige overeenstemming over een depotovereenkomst, en van partijdigheid. Het gerechtshof Amsterdam vond deze klachten ongegrond.
De rol van de depotovereenkomst
In maart 2022 kreeg de notaris de opdracht om de levering van het appartement te verzorgen. Kort voor de levering ontstond er een geschil tussen de klaagster en de verkoper over schade aan het gebouw. De notaris stelde een depotovereenkomst op om een deel van de verkoopopbrengst onder zich te houden in afwachting van een oplossing voor de schadeclaims.
Op 25 februari 2022 ontving de notaris een e-mail van de klaagster met details over de schadeclaims en het verzoek om bedragen te storten op de rekening van de Vereniging van Eigenaars (VvE). De verkoper betwistte de claim maar stemde in met het vasthouden van een bedrag van €5.685 in depot. Uiteindelijk kwam de klaagster overeen met een depotbedrag van €8.500, maar ze had bezwaren tegen een specifieke bepaling in de depotovereenkomst. Ondanks deze bezwaren passeerde de notaris de leveringsakte op 4 maart 2022.
Het oordeel van het gerechtshof
De klaagster diende een klacht in tegen de notaris, beschuldigend van het onterecht passeren van de leveringsakte en van partijdigheid. Het gerechtshof Amsterdam moest beoordelen of de notaris correct had gehandeld.
Het hof oordeelde dat de notaris de leveringsakte terecht had gepasseerd. Er was geen toezegging gedaan dat de levering zou worden uitgesteld totdat alle partijen de depotovereenkomst hadden ondertekend. De notaris had op basis van de beschikbare informatie en toezeggingen, inclusief een akkoord van de klaagster met het depotbedrag, gehandeld. Het klachtonderdeel werd daarom ongegrond verklaard.
Beschuldiging van partijdigheid
Wat betreft de beschuldiging van partijdigheid, oordeelde het hof dat de notaris een verhoogde waarborgsom in de depotovereenkomst had opgenomen op verzoek van de klaagster. Het depotbedrag werd niet aan de verkoper uitgekeerd totdat een gerechtelijke uitspraak daarover zou worden gedaan. Het hof vond dat de notaris zorgvuldig had gehandeld en geen partijdigheid had getoond.
Einde van de juridische procedure
Het hof vernietigde de eerdere beslissing van de kamer, die de klacht niet-ontvankelijk had verklaard vanwege een ontbrekende machtiging. De klacht tegen de notaris werd op alle onderdelen ongegrond verklaard, waarmee een einde kwam aan de juridische procedure rondom deze kwestie.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBAMS:2025:8164
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




