Een conflict over de geplande uitbouw van een woning heeft geleid tot een rechtszaak bij de rechtbank Amsterdam. De Vereniging van Eigenaren (VvE) en andere bewoners van het appartementencomplex stapten naar de rechter om de bouwplannen van twee woningbezitters te stoppen. De rechter heeft besloten dat de uitbouw voorlopig niet mag doorgaan vanwege het risico op hinder voor de buren.
Uitbouw woning verboden wegens hinder
De woningbezitters hadden een omgevingsvergunning verkregen voor de uitbreiding van hun woning. De VvE en andere appartementseigenaren waren echter bezorgd dat de uitbouw zou leiden tot onrechtmatige hinder, zoals verminderd daglicht en uitzicht, voor de aangrenzende appartementen. Daarom spanden zij een kort geding aan tegen de woningbezitters.
Procesverloop en standpunten
Het kort geding werd aangespannen op 20 februari 2026, met de Vereniging van Eigenaren en meerdere individuele eigenaren als eisers. De gedaagden waren de eigenaren van de woning in kwestie. Tijdens de zitting presenteerden de eisers een pleitnota en een onderzoek dat de mogelijke hinder van de uitbouw aantoonde. De voorzieningenrechter, mr. W.M. de Vries, leidde de zaak en hoorde de argumenten van beide partijen.
Rechter legt bouwverbod op
Na de zitting besloot de rechter dat de bouwplannen voorlopig niet mogen worden uitgevoerd, in afwachting van een bodemprocedure. De rechter vond dat er een aanzienlijke kans is dat de bouwplannen in een volledige rechtszaak als onrechtmatig worden beoordeeld. Belangrijke factoren waren het onderzoek dat de mogelijke hinder aantoonde, zoals verminderd daglicht en uitzicht voor de buren.
Dwangsom en proceskosten
Om te zorgen dat de gedaagden het bouwverbod naleven, heeft de rechter een dwangsom opgelegd. Als de woningbezitters toch doorgaan met de uitbouw, moeten zij een bedrag van € 200.000 betalen, met een boete van € 50.000 per dag dat zij niet aan de uitspraak voldoen. Het maximum van de dwangsom is € 1.000.000. Daarnaast zijn de gedaagden veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 2.255,09, inclusief dagvaardingskosten, griffierecht en advocaatkosten.
Uitvoerbaarheid en vervolg
De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dit betekent dat de beslissing direct moet worden nageleefd, zelfs als de gedaagden in hoger beroep gaan. Overige eisen van de eisers werden afgewezen.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBAMS:2026:2352
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




