In een recente uitspraak heeft de kantonrechter een vordering tot schadevergoeding voor misgelopen huurinkomsten afgewezen. De zaak draaide om een conflict tussen een verhuurder van vastgoed en een bouwbedrijf. De verhuurder claimde dat het bedrijf verantwoordelijk was voor schade doordat een raam niet tijdig werd hersteld, wat leidde tot het mislopen van huurinkomsten. De rechter besliste echter dat het ontbreken van een VvE-besluit voor herstelwerkzaamheden de oorzaak was.
Inspectiewerkzaamheden leiden tot schade
De verhuurder, lid van een VvE, stelde dat tijdens inspectiewerkzaamheden door het bouwbedrijf een raam uit haar appartement was gevallen. Dit incident resulteerde in de tijdelijke plaatsing van een houten plaat. De verhuurder vorderde vervolgens een schadevergoeding van € 9.375,00 voor de gederfde huurinkomsten omdat het appartement niet verhuurd kon worden.
Stellingen van partijen
De verhuurder beschuldigde het bouwbedrijf van onrechtmatig handelen door het raam niet goed terug te plaatsen en essentiële onderdelen mee te nemen, waardoor een noodraam niet geplaatst kon worden. Het bouwbedrijf verdedigde zich door te stellen dat er geen formele opdracht van de VvE was voor het vervangen van het raam, en betwistte dat hun handelen direct had geleid tot de schade.
Oordeel van de kantonrechter
De kantonrechter oordeelde dat het bouwbedrijf niet onrechtmatig had gehandeld. De schade was volgens de rechter niet het directe gevolg van het handelen van het bouwbedrijf, maar van het ontbreken van een opdracht van de VvE voor herstel. De verhuurder had onvoldoende bewijs geleverd dat de kamer niet verhuurd kon worden en dat er daadwerkelijk huurinkomsten waren misgelopen.
Verantwoordelijkheid van de VvE
De rechter merkte op dat het bouwbedrijf herhaaldelijk had geprobeerd een opdracht van de VvE te verkrijgen voor het herstel van het raam. Het gebrek aan een dergelijke opdracht betekende dat het bouwbedrijf niet aansprakelijk was voor de vertraging in het herstel. Het meenemen van onderdelen door het bouwbedrijf werd ook niet als onrechtmatig gezien, vanwege onvoldoende bewijs dat dit onzorgvuldig was.
Proceskosten voor rekening van verhuurder
Uiteindelijk werd de vordering van de verhuurder afgewezen en werd zij veroordeeld tot betaling van de proceskosten van het bouwbedrijf, begroot op € 1.008,00 inclusief nakosten. Dit bedrag is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat het onmiddellijk betaald moet worden, zelfs bij hoger beroep.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBAMS:2026:2411
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




