In deze zaak, behandeld door de rechtbank Amsterdam, stond een appartementseigenaar tegenover de Vereniging van Eigenaren (VvE) vanwege vochtproblemen. De eigenaar ontdekte na aankoop van haar woning vochtproblemen door een lekke kelderbak en rotte vloerbalken. Zij eiste dat de VvE deze gebreken zou herstellen en schadevergoeding zou betalen. De VvE stelde dat de kelderbak en vloerbalken geen gemeenschappelijk eigendom waren en niet onder hun verantwoordelijkheid vielen. De rechtbank oordeelde echter dat deze wel gemeenschappelijk waren en dat de VvE deze gebreken moest herstellen en schadevergoeding aan de eigenaar moest betalen.
Vochtproblemen na aankoop woning
De problemen begonnen toen de eigenaar na de aankoop van haar woning in 2023 vochtproblemen ontdekte. Onderzoeken door deskundigen toonden aan dat er sprake was van een lekke kelderbak en rotte vloerbalken. De VvE had al eerder, in 2015, te maken gehad met een soortgelijk probleem en had onderzoek laten verrichten naar de oorzaak van de lekkage.
Gemeenschappelijk eigendom volgens splitsingsakte
Het gebouw was in 2009 gesplitst in appartementsrechten. Volgens het reglement van de VvE vallen gemeenschappelijke zaken zoals de fundering en dragende muren onder de verantwoordelijkheid van de VvE. De eigenaar voerde aan dat de kelderbak en vloerbalken gemeenschappelijk waren en dus door de VvE hersteld moesten worden. De VvE betwistte dit standpunt.
Deskundigenrapporten bevestigen schade
Verschillende rapporten van deskundigen werden gepresenteerd, die de ernst van de schade en de noodzaak van herstel bevestigden. De vochtproblemen werden niet alleen veroorzaakt door een defecte sanibroyeur, zoals aanvankelijk gedacht, maar ook door structurele gebreken in de kelderbak en vloerbalken.
Verplichting tot herstel en schadevergoeding
De rechtbank oordeelde dat de kelderbak en vloerbalken gemeenschappelijk zijn volgens de splitsingsakte en het reglement van de VvE. Hierdoor moet de VvE deze op haar kosten herstellen. De rechtbank veroordeelde de VvE tot het betalen van een schadevergoeding van € 42.611,64 aan de eigenaar voor de geleden schade, inclusief sloopkosten van het souterrain, kosten van deskundigenonderzoeken en kosten voor alternatieve woonruimte.
Proceskosten en uitvoerbaarheid bij voorraad
De rechtbank veroordeelde de VvE in de proceskosten en verklaarde de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad. Dit betekent dat de VvE de veroordelingen moet nakomen, zelfs als hoger beroep wordt ingesteld. De rechtbank benadrukte dat er geen sprake was van een restitutierisico en dat de belangenafweging in het voordeel van de eigenaar uitviel.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBAMS:2026:3312
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




