In een juridische strijd tussen een vereniging van eigenaren (VvE) en het college van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem, ging het om de vraag of er handhavend moest worden opgetreden tegen de plaatsing van een kozijn en een rookgasafvoer. De VvE stelde dat deze wijzigingen zonder de benodigde vergunning waren uitgevoerd en in strijd waren met het Bouwbesluit 2012. De rechtbank Den Haag heeft het beroep van de VvE echter ongegrond verklaard, met als gevolg dat het college niet hoefde in te grijpen.
VvE diende handhavingsverzoek in
De VvE diende op 16 mei 2022 een handhavingsverzoek in bij het college. Zij stelde dat een buurman, die een vergunning had om een winkelruimte tot appartementen om te bouwen, zich niet aan de bouwtekeningen hield. De VvE was van mening dat het geplaatste kozijn en de rookgasafvoer in strijd waren met de vergunning en het Bouwbesluit 2012. Het college wees het verzoek af, waarop de VvE bezwaar maakte en uiteindelijk in beroep ging bij de rechtbank.
Vergunning niet vereist volgens rechtbank
De rechtbank beoordeelde of de bouwkundige wijzigingen een nieuwe omgevingsvergunning vereisten. De rechtbank oordeelde dat de wijzigingen, waaronder het plaatsen van het kozijn en de rookgasafvoer, vergunningvrij waren volgens het Besluit omgevingsrecht. Hoewel deze aanpassingen niet in overeenstemming waren met de verleende vergunning, was er geen nieuwe vergunning nodig.
Brandwerendheid en rookgasafvoer
De VvE voerde verder aan dat het kozijn niet voldeed aan de brandwerendheidseisen van het Bouwbesluit 2012. De rechtbank stelde echter vast dat het raam voldoende brandwerend was volgens een rapport van de toezichthouder en brandweer. Wat betreft de rookgasafvoer, vond de rechtbank dat het college beter had moeten motiveren waarom de rookgasafvoer voldeed aan het Bouwbesluit 2012. Toch was dit gebrek in de motivering niet doorslaggevend, omdat de rookgasafvoer aan de wettelijke eisen voldeed.
Uitspraak en gevolgen
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar vond wel dat het college de besluitvorming beter had moeten motiveren. De VvE kreeg daarom een vergoeding voor het griffierecht. Andere proceskosten werden niet toegewezen. Partijen hebben nog de mogelijkheid om in hoger beroep te gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBDHA:2025:23964
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




