In een zaak bij de rechtbank Gelderland stond de kostenverdeling van elektriciteit in een appartementencomplex centraal. De verhuurder ([eiser]) had deze kosten aan de huurder ([gedaagde]) doorbelast, maar [gedaagde] betwistte de juistheid van die doorberekening. De kantonrechter moest oordelen of de kostenverdeling correct was, met inachtneming van de splitsingsakte.
Kostenverdeling van elektriciteit betwist
De kwestie draaide om de servicekosten voor elektriciteitsverbruik in de algemene ruimten van een appartementencomplex, inclusief een parkeergarage. [Eiser] had deze kosten voor 2021 aan [gedaagde] in rekening gebracht, hoewel [gedaagde] geen parkeerplaats huurde. De huurcommissie had eerder bepaald dat de kosten € 0,00 waren vanwege onvoldoende informatievoorziening door [eiser]. [Eiser] was het hier niet mee eens en stapte naar de kantonrechter.
De rol van de splitsingsakte
Het appartementencomplex bestaat uit een bedrijfsruimte, veertien woningen en een parkeergarage. Volgens de splitsingsakte moeten de gemeenschappelijke kosten, waaronder die voor elektriciteit, worden verdeeld op basis van breukdelen. In dit geval was de bedrijfsruimte aanvankelijk niet betrokken bij de kostenverdeling, wat [gedaagde] betwistte.
Oordeel van de kantonrechter
De kantonrechter oordeelde dat de bedrijfsruimte wel degelijk moest bijdragen aan de elektriciteitskosten, zoals in de splitsingsakte bepaald. Er was namelijk geen VvE-besluit dat een andere verdeling rechtvaardigde. Hierdoor werd de berekening aangepast en het aandeel van de bedrijfsruimte meegenomen. Dit resulteerde in een herberekening van de kosten, waarbij [gedaagde] uiteindelijk € 113,64 aan elektriciteitskosten moest betalen.
Andere servicekosten en proceskosten
Naast de elektriciteitskosten stelde de kantonrechter ook de schoonmaak- en administratiekosten vast conform de eerdere uitspraak van de huurcommissie, omdat hiertegen geen bezwaar was gemaakt. Dit bracht de totale servicekosten voor [gedaagde] op € 445,98. [Eiser] kreeg geen proceskostenvergoeding omdat zij de procedure had veroorzaakt door het ontbreken van tijdige informatieverstrekking aan de huurcommissie. De proceskosten werden daarom gecompenseerd, wat betekent dat beide partijen hun eigen kosten dragen.
Uitvoerbaarheid van het vonnis
De kantonrechter besliste dat [gedaagde] € 445,98 aan [eiser] moest betalen, rekening houdend met eventuele reeds gedane betalingen. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat inhoudt dat het direct uitgevoerd kan worden, zelfs in geval van hoger beroep.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBGEL:2025:2517
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




