In een zaak voor de rechtbank Noord-Holland stond een appartementseigenaar tegenover een projectontwikkelingsbedrijf en een voormalig eigenaar van het pand. De eigenaar wilde schadevergoeding en herstel vanwege schade aan het stucwerk van de gevel. De rechtbank oordeelde echter dat de eigenaar niet-ontvankelijk was omdat de gevel tot de gemeenschappelijke delen van het gebouw behoort. Alleen de Vereniging van Eigenaren (VvE) is bevoegd om vorderingen voor gemeenschappelijke zaken in te stellen.
Geschil over gevelschade na aankoop appartement
De kwestie begon toen de eigenaar een appartement kocht in een pand dat door Dutch Style Projectontwikkeling B.V. was gerenoveerd. Bij een bouwkundige keuring werden scheuren in het stucwerk geconstateerd. Hoewel er geen garantie werd gegeven voor de gevel, herstelde de verkoper de achtergevel gedeeltelijk voor de overdracht. Na de aankoop deden zich opnieuw problemen voor met het stucwerk, waarop de eigenaar de ontwikkelaar aansprakelijk stelde voor de herstelkosten.
Aansprakelijkheid en bevoegdheid betwist
De gedaagden betwistten de aansprakelijkheid en voerden aan dat de gevel een gemeenschappelijk gedeelte van het gebouw is, waarvoor de VvE verantwoordelijk is. Zij stelden dat de eigenaar niet zelfstandig een vordering kon instellen en dat er geen garantie voor de gevel was verstrekt. De eigenaar meende echter dat zij als lid van de gemeenschap van appartementseigenaren bevoegd was om zelfstandig een vordering in te stellen.
Rechterlijke beslissing: VvE is bevoegd
De rechtbank oordeelde dat de gevel tot het gemeenschappelijke deel van het gebouw behoort en dat de VvE bevoegd is om namens de eigenaren op te treden. De rechtbank benadrukte dat het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat het beheer en de vertegenwoordiging van gemeenschappelijke delen bij de VvE ligt. De koopovereenkomst bood de eigenaar geen zelfstandig vorderingsrecht voor de gemeenschappelijke gevel.
Proceskosten en verdere gevolgen
Omdat de eigenaar niet bevoegd was om zelfstandig op te treden, wees de rechtbank de vorderingen af en verklaarde haar niet-ontvankelijk. Er was geen verdere beoordeling van de gebreken en schadevergoeding nodig. De rechtbank veroordeelde de eigenaar tot betaling van de proceskosten van de gedaagden, vastgesteld op € 5.601,00, inclusief wettelijke rente bij te late betaling.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBNHO:2025:13402
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




