Een conflict ontstond tussen een eigenaar van een winkelpand en een Vereniging van Eigenaars (VvE) over ramen bij de erfgrens. De eigenaar eiste dat de VvE ramen, deuren en dakterrassen zou aanpassen omdat deze binnen twee meter van de erfgrens waren geplaatst. De rechtbank besloot dat de VvE de ramen niet hoefde aan te passen, mede omdat de buurman eerder toestemming had gegeven.
Ramen bij erfgrens leiden tot geschil
De eigenaar van een perceel met een winkel en appartement naast een nieuw gebouwd appartementencomplex wilde dat de ramen en deuren in de zijgevel van het complex werden aangepast. Deze bevonden zich binnen twee meter van de erfgrens. Hij beriep zich op artikel 5:50 van het Burgerlijk Wetboek, dat voorschrijft dat dergelijke constructies niet zonder toestemming van de buurman geplaatst mogen worden.
Toestemming van de buurman speelt cruciale rol
De VvE voerde aan dat de eigenaar van het perceel voorafgaand aan de bouw toestemming had gegeven voor het plaatsen van de ramen en deuren. Deze toestemming zou blijken uit de betrokkenheid van de eigenaar bij de bouwplannen sinds 2019 en een overeenkomst die in februari 2021 werd gesloten. Volgens de VvE kon de eigenaar zijn toestemming niet zomaar intrekken, vooral niet gezien het feit dat hij geen bezwaar maakte tegen de omgevingsvergunning.
Rechter oordeelt over redelijkheid en billijkheid
De rechtbank oordeelde dat de toestemming, die de eigenaar impliciet had verleend, nog steeds geldig was. De rechtbank vond het onredelijk dat de eigenaar zijn toestemming zou kunnen intrekken, gezien de fase waarin de bouw zich bevond en de consequenties voor de appartementseigenaren. Bovendien stelde de rechter dat er in stedelijke gebieden vaak zicht is op elkaars erf, wat niet automatisch onrechtmatig is.
Vordering afgewezen en proceskosten toegewezen
De rechtbank wees de vordering van de eigenaar af, omdat hij onvoldoende had aangetoond dat er sprake was van onrechtmatige hinder. De eigenaar werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van de VvE, wat neerkomt op een bedrag van €2.120,00. Dit bedrag is inclusief nakosten en wettelijke rente indien niet tijdig betaald. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat het direct ten uitvoer kan worden gelegd.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBNHO:2025:14501
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




