Een appartementseigenaar weigerde zijn achterstallige VvE-bijdragen van € 1.504,20 te betalen, omdat hij een schadeclaim had tegen de VvE vanwege wateroverlast in zijn appartement. Hij wilde deze schade verrekenen met de openstaande bijdragen. De rechter oordeelde echter dat hij de bijdragen moest betalen en wees zijn schadeclaim af.
Wateroverlast en schadeclaim
De eigenaar, die zijn appartement verhuurde, meldde in januari 2022 wateroverlast. Hij claimde dat het water via de doucheafvoer omhoogkwam en zijn laminaatvloer beschadigde. De VvE stelde dat de schade kwam door een verstopping in de doucheafvoer en dat andere appartementen geen vergelijkbare problemen hadden. De opstalverzekering dekte de schade niet, omdat de laminaatvloer als verhuisbaar werd beschouwd.
VvE-bijdragen niet verrekend
De eigenaar had de automatische incasso van de VvE-bijdragen gestorneerd, omdat hij vond dat de schade van € 6.800 verrekend kon worden. De VvE betwistte dit en beriep zich op het modelreglement, waarin staat dat voorschotbijdragen niet verrekend of opgeschort mogen worden vanwege vermeende vorderingen.
Oordeel van de kantonrechter
De kantonrechter oordeelde dat de eigenaar de achterstallige VvE-bijdragen moest betalen, omdat verrekening niet is toegestaan volgens het modelreglement. De vraag of de eigenaar daadwerkelijk schade heeft geleden en of de VvE daarvoor aansprakelijk is, kon daarom niet in de hoofdzaak worden behandeld. De rechter kende ook de gevorderde wettelijke rente en een deel van de incassokosten toe.
Schadeclaim onvoldoende onderbouwd
In de tegenvordering oordeelde de rechter dat de eigenaar de schadeclaim onvoldoende had onderbouwd. Er was geen bewijs dat de schade aan de laminaatvloer door een gebrek in de gemeenschappelijke waterleiding was veroorzaakt. De VvE had betwist dat er een gebrek was en aangegeven dat andere appartementen geen problemen hadden. De schadeclaim werd daarom afgewezen.
Proceskosten voor de eigenaar
De kantonrechter veroordeelde de eigenaar tot betaling van de proceskosten van de VvE, zowel in de hoofdzaak als in de tegenvordering. Deze kosten bedroegen in totaal € 1.072,13. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad, wat betekent dat het direct ten uitvoer kan worden gelegd, ook als de eigenaar in hoger beroep gaat.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBOVE:2025:1737
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




