In deze zaak draait het om een conflict over de verdeling van onderhoudskosten binnen een Vereniging van Eigenaars (VvE). De appartementseigenaren, [eiser 1] en [eiser 2], stelden dat zij meer aan onderhoudskosten hadden bijgedragen dan volgens de splitsingsakte noodzakelijk was. Zij eisten terugbetaling van het vermeende teveel betaalde bedrag. De kantonrechter oordeelde echter dat hun vordering werd afgewezen omdat de eisers niet voldoende hadden aangetoond dat er geen rechtsgeldig besluit binnen de VvE was genomen over de verdeling van de onderhoudskosten.
Procesverloop en feiten
De zaak begon met een dagvaarding op 28 februari 2025. Er volgde een reeks juridische stappen, waaronder een mondelinge behandeling op 18 september 2025. De eisers wijzigden en vulden hun eis aan tijdens de procedure. Het geschil betrof een appartementencomplex waar de eigenaren gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de gemeenschappelijke kosten. De splitsingsakte, gebaseerd op het ‘Modelreglement 1992’, bepaalt dat appartementseigenaren bijdragen moeten leveren aan de gezamenlijke schulden en kosten van de VvE. Afwijkingen van deze bijdrageverplichting zijn alleen mogelijk met instemming van alle appartementseigenaren.
Vergadering en meerjarig onderhoudsplan (MJOP)
Het conflict ontstond nadat een meerjarig onderhoudsplan (MJOP) tijdens een VvE-vergadering op 8 december 2022 werd besproken. Dit plan bevatte een kostenverdeling voor onderhoud aan de achtergevel, waarbij de eisers een groter aandeel moesten betalen dan volgens de splitsingsakte. De vergadering werd bijgewoond door enkele eigenaren, waaronder [eiser 2], die ook een volmacht had van [eiser 1]. De eisers betwistten de geldigheid van het besluit dat tijdens deze vergadering werd genomen en maakten bezwaar tegen de notulen, omdat zij niet op de hoogte waren dat het om een definitieve kostenverdeling ging.
Oordeel van de kantonrechter
De kantonrechter oordeelde dat er tijdens de vergadering van 8 december 2022 een rechtsgeldig besluit was genomen over de kostenverdeling. De splitsingsakte stond afwijkingen van de kostenverdeling toe, mits alle eigenaren aanwezig of vertegenwoordigd waren, wat in dit geval het geval was. De eisers voerden aan dat zij niet op de hoogte waren van de afwijking van de splitsingsakte en dat ze daar niet mee hadden ingestemd, maar de rechter vond deze argumenten onvoldoende overtuigend.
Beslissing over nietigheid en proceskosten
De eisers stelden ook dat de besluiten nietig of vernietigbaar waren vanwege vermeende gebreken in de oproeping voor de vergadering en de volmacht aan [eiser 2]. De kantonrechter concludeerde echter dat de eisers niet tijdig om vernietiging van het besluit hadden verzocht en dat er geen ontoereikende volmacht was aangetoond. Er was dus een rechtsgrond voor de betalingen van de eisers aan de VvE. Hun vorderingen, inclusief het verzoek om terugbetaling van de vermeende overbetaling, werden afgewezen. De proceskosten werden ten laste van de eisers gelegd, die hoofdelijk verantwoordelijk zijn voor de betaling van deze kosten.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBOVE:2025:6422
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




