In deze zaak stonden twee appartementseigenaren, [eiser 1] en [eiser 2], tegenover de Vereniging Kopers Hellasduin (VKH) in een geschil over het recht op een tweede parkeerplaats in de parkeergarage van het Hellasduin appartementencomplex in Den Haag. De eigenaren claimden dat zij op basis van de erfpachtakte recht hadden op deze extra parkeerplaats. De rechtbank wees hun vordering af, evenals de tegenvordering van VKH om de erfpachtakte te wijzigen.
Het conflict over de tweede parkeerplaats
Het appartementengebouw Hellasduin, voltooid in 2020, bestaat uit 42 appartementen met een ondergrondse parkeergarage met 45 parkeerplaatsen. Volgens de erfpachtakte tussen de gemeente Den Haag en VKH zouden appartementen groter dan 160 vierkante meter recht hebben op twee parkeerplaatsen. [Eiser 1] en [eiser 2], die een groter appartement bezitten, baseerden hun claim op deze bepaling. VKH stelde daarentegen dat de erfpachtakte een fout bevatte en dat de omgevingsvergunning slechts 45 parkeerplaatsen toestond. Bovendien was er een loting voor de extra parkeerplaatsen, waarbij [eiser 1] en [eiser 2] niet hadden gewonnen.
Argumenten van de partijen
- [Eiser 1] en [eiser 2] verwezen naar de erfpachtakte en de akte van levering, waarin de bepalingen omtrent de parkeerplaatsen waren opgenomen.
- VKH voerde aan dat de communicatie altijd was dat ieder appartement slechts recht had op één parkeerplaats en dat de afspraak over de tweede parkeerplaatsen niet met [eiser 1] en [eiser 2] was gemaakt.
- De verkoopdocumenten, waaronder de kopersbrief, maakten geen melding van een recht op een tweede parkeerplaats.
Uitspraak van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat [eiser 1] en [eiser 2] geen rechten konden ontlenen aan de erfpachtakte voor een tweede parkeerplaats, omdat zij geen partij waren bij die akte. Hoewel de erfpachtakte vermeldde dat grotere appartementen recht hadden op twee parkeerplaatsen, was deze afspraak niet door VKH met hen gemaakt. Ook hadden de eigenaren deelgenomen aan een loting voor een extra parkeerplaats zonder bezwaar te maken tegen de uitslag.
Redelijkheid en billijkheid
De rechtbank stelde dat zelfs als [eiser 1] en [eiser 2] recht hadden op een tweede parkeerplaats, hun claim daarop naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Dit omdat zij na de loting stilzaten en geen bezwaar maakten.
Beslissing over de wijziging van de erfpachtakte
VKH vorderde in reconventie dat [eiser 1] en [eiser 2] zouden meewerken aan de wijziging van de erfpachtakte. De rechtbank wees deze vordering af, omdat [eiser 1] en [eiser 2] gerechtigd waren om tegen de voorgestelde wijziging te stemmen. Dit werd niet onredelijk of in strijd met de redelijkheid en billijkheid bevonden.
Beide partijen werden veroordeeld tot het betalen van hun respectieve proceskosten, met toekenning van de wettelijke rente over deze kosten.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBROT:2025:15186
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




