In een rechtszaak voor de rechtbank Rotterdam stond een betalingsgeschil centraal tussen een Vereniging van Eigenaars (VvE) en een van haar leden, aangeduid als [gedaagde]. De VvE eiste betaling van achterstallige VvE-bijdragen, incassokosten en rente. De rechtbank moest beslissen of deze vordering terecht was en of [gedaagde] daadwerkelijk moest betalen.
Betalingsachterstand bij de VvE
Het conflict ontstond doordat [gedaagde] als appartementseigenaar, en daarmee lid van de VvE, verzuimde de verhoogde maandelijkse bijdrage van €21,48 te betalen. [Gedaagde] beweerde niet op de hoogte te zijn van de verhoging en betaalde aanvankelijk niet het juiste bedrag. In juni 2024 probeerde hij de achterstand in te lopen met een betaling van €84,21, maar volgens de VvE bleef er nog een bedrag van €90,48 openstaan.
Verloop van de procedure
De VvE startte de procedure met een dagvaarding op 7 februari 2025. [Gedaagde] reageerde mondeling op deze dagvaarding, maar diende geen verdere schriftelijke stukken in. De VvE voerde een repliek in, waarop [gedaagde] niet meer reageerde. Zijn gebrek aan reactie bleek cruciaal voor de uitkomst van de zaak, aangezien hij hiermee onvoldoende verweer voerde tegen de vordering van de VvE.
Onderbouwing van de vordering
De VvE onderbouwde haar vordering met een specificatie van de verschuldigde bedragen en de betalingen die [gedaagde] had verricht. [Gedaagde] betwistte de hoogte van de betalingsachterstand niet concreet en leverde geen bewijs dat hij meer had betaald dan de VvE beweerde. Hierdoor bleef de stelling van de VvE overeind.
Uitspraak van de rechtbank
Kantonrechter mr. F. Aukema-Hartog besloot in het voordeel van de VvE. [Gedaagde] werd veroordeeld tot betaling van de achterstallige bijdragen van €90,48, vermeerderd met €15,25 aan wettelijke rente. Daarnaast moest hij de toekomstige VvE-bijdragen van €21,48 per maand voldoen. Ook de incassokosten van €48,40 werden toegewezen, omdat aan de wettelijke voorwaarden was voldaan. [Gedaagde] moest eveneens de proceskosten van €381,14 betalen, inclusief dagvaardingskosten en griffierechten.
Conclusie
De rechtbank verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad, wat betekent dat de VvE het recht heeft om het vonnis direct uit te voeren, zelfs bij een mogelijk hoger beroep door [gedaagde]. De uitspraak benadrukt de verplichting van leden om tijdig en volledig aan hun VvE-verplichtingen te voldoen. Het ontbreken van adequaat verweer en het niet overleggen van bewijsstukken door [gedaagde] waren doorslaggevend voor de rechter om de vordering van de VvE toe te wijzen.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBROT:2025:6099
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.



