In een rechtszaak tussen een bewoner van een appartementencomplex en de Vereniging van Eigenaren (VvE) stond het herstel van een beschadigde centrale verwarmingsleiding (CV-leiding) centraal. De bewoner, aangeduid als [eiser], eiste dat de VvE en twee andere bewoners, waaronder [gedaagde 3], zorgden voor het herstel van de leiding en de bijkomende schade vergoedden. De rechtbank Rotterdam moest oordelen over deze vorderingen.
Schade door kluswerkzaamheden
De problemen begonnen toen de vader van [gedaagde 3] tijdens het klussen in oktober 2018 de CV-leiding beschadigde. Dit leidde tot een defecte verwarming in het appartement van [eiser], waarbij vooral de radiator in de slaapkamer niet meer werkte. Een deel van de schade was al hersteld door de verzekering van de veroorzaker, maar het probleem met de radiator bleef bestaan.
VvE bereid tot herstel maar niet op gewenste wijze
[eiser] verzocht de VvE om de leiding te herstellen en eiste dat dit binnen een maand na het vonnis zou gebeuren, met een dwangsom als stok achter de deur. De VvE was bereid de schade te herstellen, maar een oplossing via het appartement van [gedaagde 3] bleek moeilijk uitvoerbaar. Er was wel een aannemer beschikbaar die het herstel via [eiser]s appartement kon uitvoeren, maar [eiser] accepteerde dit voorstel niet.
Rechterlijke beslissing over herstelwijze
De rechtbank oordeelde dat de VvE verantwoordelijk is voor het herstel van de gemeenschappelijke CV-leiding, maar [eiser] kon niet afdwingen dat dit op zijn gewenste wijze zou gebeuren. De VvE had een aannemer gevonden die het werk via [eiser]s appartement kon uitvoeren, en de rechtbank vond dat [eiser] hieraan medewerking moest verlenen. De eis om de werkzaamheden op een specifieke manier uit te voeren werd afgewezen.
Afwijzing van schadevergoeding en bijkomende kosten
De rechtbank besliste dat de schade door de vader van [gedaagde 3] was veroorzaakt en dat de aansprakelijkheidsverzekeraar bereid was de herstelkosten te vergoeden. Er was niet voldoende juridische grond om de VvE en de gedaagden aansprakelijk te stellen voor extra schadevergoeding. Ook de vorderingen voor rente en buitengerechtelijke kosten werden afgewezen, omdat de hoofdvorderingen waren afgewezen. [eiser] werd veroordeeld in de proceskosten, die werden begroot op € 813,- per partij voor de VvE en [gedaagde 3], en € 50,- voor [gedaagde 2].
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBROT:2025:9067
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




