In deze zaak stonden een huurder van een appartement, de Vereniging van Eigenaren (VvE) van het appartementencomplex en Aegon Levensverzekering N.V. tegenover elkaar. De kern van het geschil was of de VvE en Aegon hun verplichtingen uit een vaststellingsovereenkomst waren nagekomen met betrekking tot het herstellen van lekkages in het appartement van de huurder. De rechter oordeelde dat de VvE de lekkages moest herstellen volgens het stappenplan uit de overeenkomst, maar wees de boetevordering van de huurder af.
Hoe ontstond het conflict over de lekkages?
Het conflict begon in oktober 2019 toen de huurder regelmatig lekkages in haar appartement meldde. Ondanks meerdere meldingen aan het beheerbedrijf MVGM, bleven de problemen aanhouden. Uiteindelijk startte de huurder in juni 2023 een bodemprocedure tegen Aegon en MVGM. Aegon riep de onder-VvE in vrijwaring op, die op haar beurt de hoofd-VvE in vrijwaring riep.
Vaststellingsovereenkomst met stappenplan
Tijdens een kortgedingprocedure in maart 2024 sloten de partijen een vaststellingsovereenkomst. Deze overeenkomst bevatte een stappenplan voor het inschakelen van gespecialiseerde partijen voor onderzoek en herstel van de lekkages. Er was ook een boetebeding opgenomen: bij niet-nakoming van het stappenplan zou een boete van € 500 per dag worden verbeurd, met een maximum van € 100.000.
Vertragingen bij uitvoering van werkzaamheden
Ondanks het stappenplan werden de werkzaamheden vertraagd, onder andere door het ontbreken van goedkeuring van de algemene ledenvergadering van de hoofd-VvE. Hoewel er uiteindelijk met de werkzaamheden werd begonnen, waren niet alle problemen verholpen. De huurder meldde in februari 2025 opnieuw lekkages, waarna Bouwinspect werd ingeschakeld voor verder onderzoek. Zij leverden op 3 juli 2025 een rapport met aanbevelingen op.
Rechterlijke beslissing over nakoming en boete
De voorzieningenrechter besloot dat de VvE binnen twee weken na een melding van lekkages het stappenplan uit de vaststellingsovereenkomst moest volgen. Er werd geen dwangsom opgelegd, omdat de VvE recentelijk al actie had ondernomen. De vordering voor de betaling van boetes werd afgewezen, omdat dit volgens de rechter thuishoorde in de bodemprocedure en onvoldoende spoedeisend was.
Verdeling van proceskosten
Wat betreft de proceskosten, besloot de rechter dat zowel de huurder als de VvE’s hun eigen kosten moesten dragen. Aegon werd niet veroordeeld in de proceskosten, omdat er voor hen geen grond voor veroordeling was. De kosten voor Aegon werden vastgesteld op € 4.280,00.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBROT:2025:9080
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




