In deze zaak stond de Vereniging van Eigenaren (VvE) van een appartementencomplex tegenover het Waterschap Brabantse Delta, de gemeente Steenbergen en een vennootschap onder firma (VOF) die een jachthaven beheert. De VvE eiste een schadevergoeding van € 10.750,00 vanwege een gebrekkige beschoeiing langs hun perceel, die volgens hen door deze partijen was veroorzaakt. De rechtbank oordeelde echter dat de partijen niet onrechtmatig hadden gehandeld en wees de vordering van de VvE af.
Het conflict over de gebrekkige beschoeiing
De VvE had al jaren problemen met de beschoeiing die hun perceel scheidde van een nabijgelegen watergang. Deze beschoeiing was oorspronkelijk in 1985 geplaatst door het toenmalige Hoogheemraadschap. Volgens de VvE was de beschoeiing beschadigd door de golfslag van boten, met als gevolg dat water door de kapotte beschoeiing stroomde en de grond daarachter wegspoelde. Dit leidde tot verzakkingen in de bodem en schade aan de tuinen van de appartementseigenaren.
Standpunten van de partijen
- VvE: De VvE claimde dat de schade aan de beschoeiing veroorzaakt was door de betrokken partijen en eiste een schadevergoeding.
- Waterschap: Het Waterschap stelde dat hun onderhoudsplicht enkel betrekking had op de waterkering, en dat deze niet aangetast was door de beschoeiing.
- Gemeente: De gemeente ontkende nalatig te zijn geweest in het reguleren van het scheepvaartverkeer.
- VOF: De VOF vond dat zij niet verantwoordelijk waren voor het gedrag van schippers en dat de vaargeul correct was ingericht.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat er geen bewijs was dat de betrokken partijen onrechtmatig hadden gehandeld. Ten eerste was er geen bewijs dat het Waterschap zijn plicht had verzaakt, omdat de werking van de waterkering niet was aangetast. Ten tweede was er geen bewijs dat de gemeente nalatig was geweest in haar verantwoordelijkheden. Ten slotte was er onvoldoende bewijs dat de VOF verantwoordelijk was voor de schade veroorzaakt door schippers.
Gevolgen voor de VvE
De rechtbank concludeerde dat de VvE niet had voldaan aan de stelplicht om aan te tonen dat de partijen onrechtmatig hadden gehandeld. Hierdoor werd hun vordering afgewezen en moest de VvE de proceskosten van de tegenpartijen betalen, inclusief wettelijke rente.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBZWB:2026:197
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




