In een geschil tussen een Vereniging van Eigenaren (VvE) en het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam ging het om handhavingsmaatregelen bij verbouwingswerkzaamheden. De VvE, eigenaar van een pand aan [locatie 1] in Rotterdam, was in beroep gegaan tegen het besluit van het college om niet op te treden tegen verbouwingen aan het aangrenzende pand aan [locatie 2]. De Raad van State heeft uiteindelijk geoordeeld dat het college in sommige gevallen had moeten optreden.
Verzoek om handhaving na verbouwing
De VvE had op 11 juni 2020 een verzoek ingediend bij het college om handhavend op te treden tegen wijzigingen in de dragende constructie van het pand aan [locatie 2]. Deze wijzigingen waren volgens de VvE aangebracht zonder de benodigde vergunningen. Het betrof onder meer veranderingen aan dragende muren en constructies op verschillende verdiepingen.
Afwijzing en bezwaar
Het college wees het handhavingsverzoek op 19 november 2020 af en verklaarde op 9 april 2021 het bezwaar van de VvE ongegrond. De rechtbank Rotterdam gaf echter op 28 juni 2022 aan dat het besluit niet voldoende was gemotiveerd. Nadat het college een aanvullende motivering indiende, vernietigde de rechtbank op 20 januari 2023 het besluit gedeeltelijk. De VvE ging in hoger beroep tegen deze uitspraken.
Onenigheid over vergunningen
De VvE stelde dat enkele werkzaamheden zonder vergunning of in afwijking van de verleende omgevingsvergunning waren uitgevoerd. Dit betrof met name de vervanging van een dragende constructie. Het college vond echter dat deze wijzigingen niet automatisch als overtredingen konden worden gezien, waardoor er geen aanleiding was voor handhaving.
Raad van State: deels gelijk voor de VvE
De Raad van State oordeelde dat het college in bepaalde gevallen wel degelijk bevoegd was om handhavend op te treden. Zo was de verplaatsing van een doorbraak op de begane grond en het aanbrengen van een dragende houten balk zonder vergunning als overtreding te beschouwen. De rechtbank had dit aanvankelijk niet als overtredingen erkend, maar de Raad van State corrigeerde dit oordeel.
Het college moet nu een nieuw besluit nemen, waarbij de eerder aangemerkte overtredingen correct moeten worden behandeld. Voor dit nieuwe besluit kan alleen nog beroep bij de Raad van State worden ingesteld.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RVS:2025:3871
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




