De zaak in het kort
In deze zaak heeft de rechtbank Noord-Holland zich gebogen over een conflict tussen een appartementseigenaar, aangeduid als [verzoeker], en de Vereniging van Eigenaars (VvE), aangeduid als [VVE]. Het geschil draait om de besluiten die zijn genomen tijdens een algemene ledenvergadering (ALV) van de VvE op 18 november 2025. [verzoeker] heeft de rechtbank verzocht om deze besluiten nietig te verklaren, omdat hij van mening was dat de ALV niet op de juiste wijze was uitgeschreven en dat de financiële onderbouwing voor de onderhoudsbijdrage niet tijdig aan de leden kenbaar was gemaakt. De kantonrechter moest oordelen of de ALV op correcte wijze was uitgeschreven, of de financiële onderbouwing tijdig aan de leden bekend was gemaakt en of de onderhoudsbijdrage conform de splitsingsakte was vastgesteld.
Het verloop van het proces en de feiten
[verzoeker] diende op 11 december 2025 een verzoekschrift in bij de rechtbank om de besluiten van de ALV nietig te verklaren. Op 2 februari 2026 vond een begeleidingsgesprek plaats tussen [verzoeker] en de voorzitter van het bestuur van de VvE, de heer [betrokkene]. Tijdens dit gesprek, dat werd geleid door mevrouw mr. S. Leijen-Westra, gerechtsauditeur bij het project VoorRecht-rechtspraak, maakten de partijen afspraken over de gewenste afdoening van het verzoek. Het werd overeengekomen dat de kantonrechter schriftelijk zou beslissen op het verzoekschrift en dat het standpunt van het bestuur over de gevolgde procedure als bijlage bij het verzoek zou worden gevoegd. Het bestuur zou bovendien bij de andere leden informeren of zij nog aanvullingen hadden voor de kantonrechter.
Op 17 maart 2026 diende [verzoeker] een aanvullend verzoek in, gevolgd door een aanvullend verzoek van de VvE op 23 maart 2026. De VvE voegde bij dit verzoek verschillende bijlagen, waarop [verzoeker] op 26 maart 2026 reageerde. De VvE gaf op 23 april 2026 een laatste reactie.
De kern van de zaak lag in drie vragen die de kantonrechter moest beantwoorden: was de ALV correct uitgeschreven, was de financiële onderbouwing tijdig aan de leden kenbaar gemaakt, en was de onderhoudsbijdrage conform de splitsingsakte vastgesteld?
De uitnodiging voor de ALV was digitaal verstuurd op 31 oktober 2025, met uitzondering van leden die hadden aangegeven de correspondentie op papier te willen ontvangen. [verzoeker] betoogde dat de digitale versturing in strijd was met artikel 45 lid 8 van de splitsingsakte, dat voorschrijft dat de oproeping schriftelijk moet plaatsvinden. De kantonrechter verwees naar een uitspraak van de Hoge Raad waarin was bepaald dat digitale bijeenroeping mogelijk is, tenzij dit in de statuten duidelijk is uitgesloten. De kantonrechter oordeelde dat er in dit geval geen duidelijke uitsluiting van digitale oproeping was, waardoor de ALV correct was uitgeschreven.
De financiële onderbouwing voor de vaststelling van de onderhoudsbijdrage was volgens het bestuur zorgvuldig en transparant gecommuniceerd aan de leden. Het bestuur had een stapsgewijze procedure gevolgd waarbij eerst het Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP) en de meerjarige liquiditeitsbegroting werden vastgesteld voordat de begroting en de eigen bijdrage voor 2026 ter goedkeuring werden voorgelegd aan de vergadering. De kantonrechter oordeelde dat deze procedure voldoende was om de financiële onderbouwing tijdig kenbaar te maken.
Ten slotte werd de vraag of de onderhoudsbijdrage conform de splitsingsakte was vastgesteld zowel procedureel als rekenkundig beoordeeld. De kantonrechter stelde vast dat de procedure volgens de splitsingsakte was gevolgd en dat de ALV de begroting en onderhoudsbijdrage had goedgekeurd. Hoewel de rekenkundige juistheid zonder rekentools niet kon worden bevestigd, was er geen reden om aan te nemen dat de berekeningen onjuist waren.
De beslissing van de rechtbank
De kantonrechter besloot dat alle drie de vragen bevestigend konden worden beantwoord. De ALV van 18 november 2025 was op de juiste wijze uitgeschreven, de financiële onderbouwing voor de onderhoudsbijdrage was tijdig aan de leden kenbaar gemaakt, en de onderhoudsbijdrage was conform de splitsingsakte vastgesteld. Daarom wees de kantonrechter het verzoek om de besluiten van de ALV nietig te verklaren af. Bovendien bepaalde de kantonrechter dat beide partijen hun eigen proceskosten zouden dragen, gezien de wijze van afdoening van het initiële verzoekschrift. De uitspraak werd op de genoemde datum in het openbaar uitgesproken door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, in aanwezigheid van de griffier.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




