De zaak in het kort
In deze zaak hebben meerdere appartementseigenaren een rechtsvordering ingediend tegen de Vereniging van Eigenaars (VvE) van hun serviceflat. Zij verzoeken de rechtbank om de besluiten van de VvE tot goedkeuring van de jaarrekeningen over de jaren 2021 en 2022 nietig te verklaren. De eigenaars hebben aangevoerd dat de onderliggende stukken niet ter controle beschikbaar waren gesteld en dat er geen controle door een onafhankelijke kascommissie heeft plaatsgevonden. De VvE heeft aangegeven dat zij de jaarrekeningen heeft herzien en zich refereert aan het oordeel van de kantonrechter.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedures zijn ingediend door twee groepen verzoekers, elk vertegenwoordigd door hun eigen leden. De verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen de besluiten van de VvE genomen op de vergadering van 19 mei 2025. Deze besluiten betroffen de goedkeuring van de jaarrekeningen over 2021 en 2022. Eerder, op 3 juni 2024, waren deze jaarrekeningen al eens goedgekeurd, maar dat besluit was vernietigd door de kantonrechter op 13 december 2024.
De VvE heeft zich in de huidige procedures niet verzet tegen de ingediende verzoeken en heeft geen vertegenwoordiging gestuurd naar de mondelinge behandeling. Tijdens de zitting, gehouden op 14 november 2025, waren de verzoekers aanwezig en hebben zij hun standpunt verder toegelicht. De kantonrechter heeft vervolgens bepaald dat er een beschikking zal volgen.
De feiten die aan het geschil ten grondslag liggen, gaan terug naar de splitsing van een serviceflat in appartementsrechten in 1975, waarbij een VvE is opgericht. De splitsingsakte en de daarop van toepassing verklaarde reglementen vereisen dat de VvE jaarlijks de exploitatierekening en begrotingen door het bestuur laat opstellen en voorlegt aan de vergadering van eigenaars. In de vergadering van 19 mei 2025 hadden de eigenaars bezwaar gemaakt tegen de wijze van vaststelling van de jaarrekeningen, onder meer omdat er een gebrek was aan transparantie en controle.
De beslissing van de rechtbank
De kantonrechter heeft de besluiten van de VvE, zoals vermeld in de notulen van de vergadering van 19 mei 2025, nietig verklaard. De rechtbank baseert haar beslissing op het feit dat de besluiten in strijd zijn met wettelijke vereisten omdat er geen kascommissie is benoemd die de jaarrekeningen heeft onderzocht. Dit gebrek aan controle is in strijd met de wet, aangezien artikel 2:10 BW voorschrijft dat een VvE een administratie moet voeren en de stukken ter controle moet overleggen aan een kascommissie.
Daarnaast heeft de kantonrechter geoordeeld dat de besluiten van de VvE niet op een adequate wijze tot stand zijn gekomen, gezien de eerdere nietigverklaring van de jaarrekeningen en de gestelde vragen van de eigenaars die onbeantwoord zijn gebleven. Voor nieuwe besluiten over de jaarrekeningen is een nieuwe vergadering van eigenaars noodzakelijk, maar de kantonrechter kan hierover geen beslissing nemen binnen deze procedure.
De VvE is veroordeeld tot het betalen van de proceskosten aan de verzoekers, begroot op € 207,50 per groep. Deze kosten omvatten het griffierecht, reis- en verletkosten, en nakosten. De proceskosten moeten binnen 14 dagen na betekening van de beschikking worden betaald. De uitspraak is gedaan door kantonrechter mr. J.H.J. Evers en in het openbaar uitgesproken op 18 november 2025.
Deze zaak onderstreept het belang van een gedegen en transparante financiële administratie binnen een VvE en het naleven van de wettelijke verplichtingen inzake de controle van financiële stukken door een kascommissie. De uitspraak benadrukt dat eigenaars recht hebben op volledige en correcte informatie over de financiële situatie van hun VvE, en dat besluiten die in strijd zijn met de wet of statuten nietig kunnen worden verklaard.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




