In een zaak tussen een appartementseigenaar, aangeduid als [eiser], en het bestuur van een Vereniging van Eigenaren (VvE) in Noord-Holland, stond een verzoek tot rectificatie centraal. Tijdens een algemene ledenvergadering beschuldigde het bestuur [eiser] van het overtreden van privacyregels. [eiser] wilde dat deze beschuldigingen schriftelijk werden ingetrokken, maar het bestuur weigerde. Dit leidde tot een juridische procedure waarin [eiser] rectificatie eiste.
Verzoek om rectificatie tijdens ALV
Het conflict begon tijdens een algemene ledenvergadering van de VvE. [eiser] werd daar door het bestuur beschuldigd van het schenden van privacyregels. [eiser] voelde zich in zijn eer en goede naam aangetast en verzocht om een schriftelijke rectificatie van de beschuldigingen. Het bestuur gaf hier geen gehoor aan, wat [eiser] ertoe bracht de zaak voor de rechter te brengen.
Procedure begon met verzoekschrift
Op 15 januari 2025 diende [eiser] een verzoekschrift in bij de kantonrechter. Hij stelde dat de beschuldigingen ongefundeerd waren en zijn reputatie schaadden. Volgens [eiser] zou de waarde van zijn vordering niet boven de € 25.000,00 uitkomen. De kantonrechter oordeelde echter dat de zaak niet geschikt was voor behandeling via een verzoekschrift en als een dagvaardingsprocedure moest worden voortgezet.
Dagvaarding van de bestuursleden
Op 7 maart 2025 dagvaardde [eiser] de vijf bestuursleden afzonderlijk. Hij eiste dat zij schriftelijk zouden rectificeren dat de beschuldigingen onjuist waren. De bestuursleden voerden aan dat de kantonrechter niet bevoegd was, omdat de vordering geen waarde van minder dan € 25.000,00 vertegenwoordigde. Ook stelden zij dat [eiser] onvoldoende had onderbouwd welke specifieke beschuldigingen onrechtmatig waren.
Beslissing van de kantonrechter
Op 13 november 2025 vond de mondelinge behandeling plaats. De kantonrechter oordeelde dat hij niet bevoegd was om de zaak te behandelen. Omdat [eiser] geen overtuigende aanwijzingen had geleverd dat zijn vordering onder de gestelde waardegrens bleef, verwees de kantonrechter de zaak naar de handelskamer van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem. De handelskamer zal nu verder beslissen over de zaak en de proceskosten.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBNHO:2025:14643
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




