De zaak in het kort
De rechtbank Amsterdam heeft een uitspraak gedaan in een civielrechtelijke kwestie tussen Kroonenberg Groep B.V., een vastgoedbedrijf, en een Vereniging van Eigenaren (VvE). De zaak draait om de vraag of Kroonenberg Groep B.V. en een onder-VvE moeten meebetalen aan de kosten voor de vervanging van standleidingen, gemeenschappelijke voorzieningen in een gebouw. Kroonenberg Groep B.V. en de onder-VvE wilden dat de besluiten van de VvE om deze kosten te verdelen werden vernietigd, omdat zij van mening waren dat zij niet moesten bijdragen aan kosten voor voorzieningen die zij niet gebruiken. De rechtbank oordeelde echter dat de kostenverdeling in het splitsingsreglement niet gewijzigd kon worden zonder aanpassing van de akte van splitsing. De verzoeken van Kroonenberg Groep B.V. en de onder-VvE werden afgewezen.
Het verloop van het proces en de feiten
De Kroonenberg Groep B.V. en de onder-VvE hebben op 17 juni 2025 een verzoekschrift ingediend om besluiten van een VvE-vergadering van 20 mei 2025 te vernietigen. Deze besluiten betroffen de vervanging van standleidingen in een gebouw, een gemeenschappelijke voorziening. De VvE had besloten het tempo van vervanging te verhogen, maar een voorstel voor extra financiering werd niet aangenomen wegens onvoldoende steun.
De VvE had als reactie daarop besloten om rechtsmaatregelen te nemen om de noodzakelijke werkzaamheden aan de standleidingen uit te voeren. Kroonenberg Groep B.V. en de onder-VvE verzochten de rechtbank om te verklaren dat zij niet verplicht waren bij te dragen aan de kosten van deze vervanging, op grond van het argument dat zij geen gebruik maken van de standleidingen.
De feiten laten zien dat het gebouw in 1979 werd gesplitst in appartementen, met een splitsingsreglement dat bepaalde welke kosten voor gezamenlijke rekening kwamen. In 2023 werd het appartementsrecht van Kroonenberg Groep B.V. verder onderverdeeld in onderappartementen. De VvE is verantwoordelijk voor het beheer van gemeenschappelijke delen zoals de standleidingen. Een onderzoek in 2019 toonde aan dat de standleidingen in slechte staat waren, en de VvE besloot tot vervanging.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat het splitsingsreglement duidelijk maakt dat standleidingen gemeenschappelijke gedeelten zijn en dat alle eigenaars, inclusief Kroonenberg Groep B.V., volgens hun aandeel moeten bijdragen aan de kosten voor de vervanging ervan. Het argument van Kroonenberg Groep B.V. dat zij geen gebruik maken van de standleidingen werd niet geaccepteerd, omdat het splitsingsreglement voorziet in een vaste kostenverdeling die niet zomaar kan worden aangepast zonder een wijziging van de akte van splitsing.
De rechter wees erop dat de bepaling in het splitsingsreglement die de mogelijkheid geeft om de kostenverdeling te wijzigen, nietige is. De wet vereist dat elke wijziging in de verdeling van kosten in de akte van splitsing zelf moet worden doorgevoerd om rechtsgeldig te zijn. Daarom was de VvE niet in staat om de kostenverdeling te veranderen op de manier die Kroonenberg Groep B.V. wenste.
Daarnaast vond de rechtbank dat het procesbesluit van de VvE niet vernietigd hoefde te worden vanwege een procedurele tekortkoming. Hoewel het niet op de agenda van de vergadering stond, was het belang van de vervanging van de standleidingen duidelijk, en Kroonenberg Groep B.V. had geen significant nadeel ondervonden door deze omissie.
Tot slot werden Kroonenberg Groep B.V. en de onder-VvE veroordeeld tot betaling van de proceskosten van de VvE, omdat zij in het ongelijk waren gesteld. De beslissing werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat deze onmiddellijk kan worden uitgevoerd ondanks eventueel hoger beroep.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




