De zaak in het kort
In deze juridische kwestie stond een verzoek van een bewoner centraal, aangeduid als [verzoekende partij], die een vervangende machtiging van de kantonrechter verzocht op grond van artikel 5:121 BW. Het verzoek betrof de plaatsing van een scootmobiel en een driewielfiets in de gemeenschappelijke containerruimte van een Vereniging van Eigenaren (VvE). [Verzoekende partij] had deze hulpmiddelen nodig vanwege een progressieve neuromusculaire aandoening. De VvE had echter geweigerd toestemming te geven voor het stallen van beide hulpmiddelen in de containerruimte, en [verzoekende partij] wenste dat de rechter deze beslissing zou vervangen.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begon met een verzoekschrift ingediend door [verzoekende partij] op 16 juli 2025, gevolgd door een verweerschrift van de VvE op 29 december 2025. Er werden nadere stukken overgelegd, waaronder videobeelden door [verzoekende partij]. Een mondelinge behandeling vond plaats op 8 januari 2026.
De basis van het geschil was de weigering van de VvE om [verzoekende partij] toe te staan zijn scootmobiel en driewielfiets in de containerruimte te stallen. [Verzoekende partij] had eerder, in 2011, toestemming gekregen om zijn scootmobiel in deze ruimte te plaatsen omdat hij zijn parkeerplaats gebruikte voor een auto. In 2023, toen hij geen auto meer had, verzocht de VvE hem zijn hulpmiddelen op zijn eigen parkeerplaats in de garage te plaatsen. [Verzoekende partij] vond dit niet geschikt en diende een verzoek in voor een algemene ledenvergadering, dat op 15 april 2025 werd afgewezen.
De argumenten van [verzoekende partij] waren gebaseerd op de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGBH), die stelt dat de VvE een redelijke alternatieve stallingsmogelijkheid moest bieden. Volgens een ergotherapeut moest de stallingsplek makkelijk bereikbaar zijn met een rollator, voldoende ruimte bieden voor transfers, en voorzien zijn van een vlakke ondergrond en oplaadmogelijkheden.
De VvE stelde dat de containerruimte niet meer geschikt was vanwege ruimtegebrek en dat er betere alternatieven waren, zoals de eigen parkeerplaats van [verzoekende partij]. Ze voerden aan dat het exclusief gebruik van gemeenschappelijke ruimten zou strijdig zijn met de splitsingsakte.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank, vertegenwoordigd door kantonrechter mr. N.F.H. van Eijk, kwam tot de conclusie dat [verzoekende partij] onvoldoende had aangetoond dat zijn eigen parkeerplaats geen redelijk alternatief was. De kantonrechter benadrukte dat bij de beoordeling van de geschiktheid van stallingsmogelijkheden vanuit het perspectief van de handicap of ziekte van [verzoekende partij] moest worden gekeken, maar dat zijn opvattingen niet zonder meer doorslaggevend waren zonder objectieve toetsing.
De kantonrechter hechtte veel waarde aan de bevindingen van de ergotherapeut. De eigen parkeerplaats kwam als een geschikte optie naar voren, gezien de aangeboden maatregelen zoals het aanbrengen van een antisliplaag op de vloer en de mogelijkheid voor een oplaadpunt. De parkeerplaats bood voldoende ruimte en was afgesloten van het openbare gebied, waardoor de kans op diefstal of vandalisme klein werd geacht. Bovendien bestond de mogelijkheid om van parkeerplaats te ruilen met een medebewoner voor een gunstigere locatie.
Omdat de VvE redelijke alternatieven had geboden en [verzoekende partij] niet kon aantonen dat deze ongeschikt waren, werd het verzoek om vervangende machtiging afgewezen. De rechtbank veroordeelde [verzoekende partij] tot het betalen van de proceskosten van de VvE, begroot op €677,00.
De uitspraak toont de balans die de rechtbank zocht tussen de rechten van een individuele bewoner met een handicap en de collectieve belangen en regels van een VvE. De beslissing benadrukt ook het belang van objectieve beoordeling van geschiktheid en redelijkheid in het licht van wettelijke kaders als de WGBH.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




