In deze zaak stond de beroepsaansprakelijkheid van een notaris centraal die betrokken was bij de wijziging van een splitsingsakte. Het geschil draaide om de vraag of de notaris een beroepsfout had gemaakt door een akte te passeren waarin 138 nog niet gerealiseerde appartementsrechten van Reimert Groep B.V. (Reimert) kwamen te vervallen. Reimert stelde dat de notaris toerekenbaar tekort was geschoten in zijn opdracht en eiste schadevergoeding. Zowel de rechtbank als het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelden dat de notaris aansprakelijk was.
Verloop van het conflict
Reimert, een aannemingsbedrijf uit Almere, bezat een bouwperceel dat in 2008 was gesplitst in 267 appartementsrechten. Deze rechten werden verkocht aan Thomson Vastgoed B.V., die in 2012 failliet ging. Reimert verkreeg via een onderhandse executieverkoop weer het recht op de niet-verkochte en ongebouwde appartementsrechten.
In 2014 besloot de Vereniging van Eigenaars (VvE) van het complex tot wijziging van de splitsingsakte. De notaris passeerde in 2016 de wijzigingsakte waarin Reimerts appartementsrechten met indexnummers 139 tot en met 276 vervallen werden verklaard, zonder compensatie voor Reimert. Reimert claimde dat zij niet op de hoogte was gebracht van deze wijziging en dat de notaris zijn informatie- en waarschuwingsplicht had geschonden.
Oordeel van de rechter
Het gerechtshof oordeelde dat de notaris zijn informatie- en waarschuwingsplicht jegens Reimert ernstig had verwaarloosd. Hij had moeten zorgen dat Reimert op de hoogte was van de inhoud van de concept-akte en de gevolgen daarvan. Het hof vond dat de notaris zonder toestemming van Reimert de appartementsrechten had laten vervallen, wat een beroepsfout opleverde.
De notaris kon zich niet beroepen op verjaring of schending van de klachtplicht door Reimert, omdat Reimert pas in 2021 op de hoogte kwam van de vervallen appartementsrechten. Het hof bekrachtigde de uitspraak van de rechtbank dat de notaris toerekenbaar tekort was geschoten in zijn verplichtingen, waardoor Reimert schade kon hebben geleden. De notaris werd veroordeeld tot het betalen van de proceskosten.
Redenering van het hof
Het hof benadrukte dat de notaris niet alleen zijn beroepsverplichtingen jegens Reimert had geschonden, maar ook zonder duidelijke opdracht had gehandeld. Het beroep op verjaring werd afgewezen omdat Reimert pas in 2021 van de schade en mogelijke aansprakelijkheid op de hoogte kwam. Het hof onderstreepte dat de notaris zijn waarschuwingsplicht niet kan ontlopen, zelfs niet bij een verleende volmacht, en dat hij ervoor moet zorgen dat alle betrokken partijen volledig geïnformeerd zijn.
De rechtbank had terecht geoordeeld dat de notaris een beroepsfout had gemaakt en toerekenbaar tekort was geschoten. De mogelijkheid van schade was voldoende aannemelijk gemaakt, en de vordering tot schadevergoeding kon verder in een schadestaatprocedure worden beoordeeld. De uitspraak van de rechtbank werd grotendeels bekrachtigd, met uitzondering van de verwijzing naar onrechtmatig handelen, die niet nodig was voor de vaststelling van aansprakelijkheid. De proceskosten werden aan Reimert toegewezen, inclusief de nakosten.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:GHARL:2025:4774
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




