Een geschil over herstelwerkzaamheden heeft geleid tot een juridische strijd tussen appartementseigenaren en de Vereniging van Eigenaars (VvE). De eigenaren, aangeduid als [appellanten], hadden zonder toestemming van de VvE sloopwerkzaamheden uitgevoerd aan hun appartement. De VvE en een andere eigenaar, [geïntimeerde1], stapten naar de rechter om herstelwerkzaamheden af te dwingen. Ondanks hoger beroep van [appellanten] besloot het gerechtshof dat de herstelwerkzaamheden uitgevoerd moeten worden en dat de eerder opgelegde dwangsommen blijven gelden.
Uitvoering van sloopwerkzaamheden zonder toestemming
In 2018 begonnen [appellanten] aan sloopwerkzaamheden in hun appartement zonder overleg met de VvE of toestemming van [geïntimeerde1]. Deze werkzaamheden omvatten onder andere het verwijderen van dragende muren en het slopen van een balkon en luifel. Dit leidde tot spanningen binnen de VvE en resulteerde in meerdere juridische procedures. In een eerdere procedure werd een vaststellingsovereenkomst gesloten, waarin [appellanten] beloofden de schade te herstellen. Deze verplichtingen kwamen ze echter niet na.
Vorderingen van de VvE en [geïntimeerde1]
Door het niet nakomen van de afspraken spande de VvE samen met [geïntimeerde1] een kort geding aan. Ze eisten dat [appellanten] bouwtekeningen zouden verstrekken en de herstelwerkzaamheden zouden uitvoeren binnen een bepaalde termijn, met dwangsommen als drukmiddel. De rechter ging hierin mee en legde [appellanten] een deadline op voor het indienen van bouwtekeningen en het afronden van herstelwerkzaamheden. Daarnaast moesten zij het appartement voorzien van deugdelijke beglazing, anders volgden dwangsommen van € 1.000 per dag.
Hoger beroep en verzoek tot schorsing
[Appellanten] gingen in hoger beroep tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter en vroegen om schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis. Ze stelden dat de opgelegde termijnen en dwangsommen onredelijk waren en dat ze afhankelijk waren van derden om de werkzaamheden uit te voeren. Ook vonden ze dat de financiële druk van de dwangsommen te groot was.
Afwijzing van het verzoek tot schorsing
Het gerechtshof wees het verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging af. Het hof vond dat [appellanten] genoeg tijd hadden gehad om de werkzaamheden uit te voeren sinds de vaststellingsovereenkomst. Het belang van de VvE en [geïntimeerde1] om de situatie te herstellen woog volgens het hof zwaarder dan het belang van [appellanten] om de uitvoering van het vonnis uit te stellen. Het hof benadrukte dat de dwangsommen bedoeld waren als stimulans tot nakoming en niet als straf. [Appellanten] hadden onvoldoende aangetoond dat uitvoering van het vonnis zou leiden tot een noodtoestand of ernstige ontwrichting van hun leven.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:GHARL:2025:4806
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




