In deze zaak draaide het om een conflict tussen eigenaren van een appartementencomplex en hun Vereniging van Eigenaars (VvE) over het rechtmatige karakter van een VvE-besluit. Het geschil betrof specifiek de vraag of bepaalde eigenaren toestemming hadden gekregen om terrasoverkappingen te plaatsen en of aan die toestemming voorwaarden verbonden waren. De eigenaren die bezwaar maakten, de appellanten, stelden dat de overkappingen onrechtmatige hinder veroorzaakten en eisten verwijdering. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wees in hoger beroep de vorderingen van de appellanten af en bevestigde het eerdere vonnis van de rechtbank.
Besluit VvE-vergadering leidde tot geschil
Het conflict begon met een besluit tijdens een VvE-vergadering op 4 april 2013, waarbij aan één van de eigenaren, [geintimeerde2], toestemming werd verleend om een terrasoverkapping te plaatsen. Appellanten [appellant1], [appellant2], en [appellant3] voerden aan dat deze toestemming onder de voorwaarde was gegeven dat de architect van het appartementencomplex akkoord zou gaan. Er ontstond echter onduidelijkheid over de exacte voorwaarden van deze toestemming, met verschillende interpretaties van de notulen en verklaringen van betrokken eigenaren.
Onvoldoende bewijs voor voorwaarden bij toestemming
In hoger beroep kregen de appellanten de kans om bewijs te leveren dat de toestemming inderdaad onder voorwaarde van instemming door de architect was verleend. Verschillende getuigen, waaronder betrokken eigenaren en leden van de VvE, werden gehoord. Hun verklaringen gaven echter geen eenduidig beeld over de gestelde voorwaarde. Terwijl sommige getuigen verklaarden dat er een voorwaarde was, herinnerden anderen zich een unanieme toestemming zonder voorwaarden.
Discussie over toestemming voor andere terrasoverkappingen
Daarnaast was er discussie over de toestemming voor terrasoverkappingen die door [geintimeerden 3 en 4] werden geplaatst. Appellanten betoogden dat zij niet de vereiste toestemming van alle eigenaren hadden verkregen. Er werd een formulier met handtekeningen van de eigenaren gepresenteerd, maar er was onenigheid over de inhoud van dit formulier en of de bestreden tekst, die verwees naar het besluit van de VvE-vergadering van 4 april 2013, daarop aanwezig was.
Hof bevestigt onvoorwaardelijke toestemming
Het hof oordeelde dat appellanten er niet in slaagden het bewijs te leveren dat de aan [geintimeerde2] verleende toestemming onder de voorwaarde van een architecteninstemming stond. De getuigenverklaringen boden onvoldoende steun voor de stelling van de appellanten. Het hof constateerde dat de notulen en verklaringen ruimte voor interpretatie lieten, maar dat het uiteindelijke besluit van de vergadering onvoorwaardelijke toestemming inhield.
Vorderingen tegen andere eigenaren afgewezen
Met betrekking tot de toestemming voor de terrasoverkappingen van [geintimeerden 3 en 4] vond het hof dat het bewijs niet overtuigend aantoonde dat de bestreden tekst ontbrak op het formulier op het moment van ondertekening. De verklaringen van getuigen die bevestigden dat de tekst aanwezig was, werden overtuigender geacht dan de verklaring van [appellant1] die stelde dat hij de tekst niet had gezien. Omdat de tekst verwees naar een eerdere beslissing van de VvE, werd aangenomen dat alle eigenaren impliciet toestemming hadden gegeven.
Proceskosten en uitkomst hoger beroep
Het hof bekrachtigde het eerdere vonnis van de rechtbank dat de vorderingen van de appellanten tegen de VvE afwees. Het hof wees ook de vorderingen tegen [geintimeerden 2, 3 en 4] af omdat de appellanten geen omstandigheden hadden gesteld of bewezen die de terrasoverkappingen als onrechtmatige hinder zouden kwalificeren. Het hof benadrukte dat de wet voorziet in een specifieke procedure voor het aanvechten van VvE-besluiten en dat de appellanten te laat waren om dit besluit nog aan te vechten.
Uiteindelijk werd beslist dat de appellanten de proceskosten van zowel de VvE als [geintimeerden 2, 3 en 4] moesten betalen. Het hof verklaarde de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad voor de VvE, omdat daartegen geen verweer was gevoerd. Het hoger beroep van de appellanten slaagde niet, en de eerdere rechtbankbeslissing werd in alle onderdelen bekrachtigd.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:GHARL:2026:2386
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




