In deze zaak speelde een conflict binnen een Vereniging van Eigenaars (VvE) over de rechtsgeldigheid van de benoeming van een VvE-bestuurder en de nietigheid van een artikel uit het huishoudelijk reglement. De kantonrechter oordeelde dat de huidige bestuurders niet rechtsgeldig waren benoemd, dat de beheerovereenkomst met de voormalige beheerder niet was beëindigd en dat artikel 42 van het huishoudelijk reglement niet geldig was. Het gerechtshof Den Haag bevestigde deze beslissingen in hoger beroep.
Vergaderingen en benoeming van de VvE-bestuurder
Het conflict ontstond door onenigheid over de bestuurlijke en administratieve gang van zaken binnen de VvE. In 2020 en 2021 werden meerdere vergaderingen gehouden waarin het bestuur ter discussie stond. Op 9 december 2020 verzochten enkele leden om een extra vergadering om een nieuwe bestuurder te benoemen. Deze vergadering kon vanwege COVID-19-maatregelen niet doorgaan. Een nieuwe vergadering werd gepland op 13 september 2021, gevolgd door een digitale vergadering op 30 november 2021. Tegelijkertijd organiseerde een groep leden een fysieke bijeenkomst, wat leidde tot onenigheid over de geldigheid van de genomen besluiten.
Artikel 42 van het huishoudelijk reglement
Een belangrijk discussiepunt was artikel 42 van het huishoudelijk reglement, dat het aantal volmachten per gemachtigde beperkte tot twee. Volgens sommige leden was deze beperking strijdig met het splitsingsreglement. De kantonrechter oordeelde dat artikel 42 nietig was omdat het in strijd was met het splitsingsreglement, dat geen beperking op het aantal volmachten kende.
Beslissing van het gerechtshof
Het gerechtshof Den Haag bevestigde dat de door appellante georganiseerde vergadering niet rechtsgeldig was en dat de besluiten daarvan de VvE niet binden. De bevoegdheid om een vergadering uit te schrijven lag niet bij appellante en haar medestanders, omdat er al een officiële vergadering gepland was. Het hof oordeelde verder dat de beheerovereenkomst met VvE Company niet was beëindigd, omdat er geen formele opzegging had plaatsgevonden. De verklaring van de directeur tijdens de digitale vergadering op 30 november 2021 werd als doorslaggevend beschouwd.
Conclusie van het hof
Het hof bekrachtigde dat artikel 42 van het huishoudelijk reglement nietig is. Het oordeelde dat besluiten die niet volgens de vastgestelde procedures tot stand komen, niet rechtsgeldig zijn en niet bindend voor de VvE. Appellante werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep, omdat zij in het ongelijk was gesteld. Haar grieven boden geen afdoende grondslag om de beschikking van de kantonrechter te vernietigen.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:GHDHA:2025:2599
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




