In een zaak bij het Gerechtshof Den Haag stonden twee buren tegenover elkaar vanwege een geschil over de uitbouw van hun woningen. Beide partijen wonen in een appartementencomplex dat is gesplitst in appartementsrechten. De kwestie draaide om de vraag of de uitbouw van de ene partij rechtmatig was en of deze de erfgrens mocht overschrijden.
De buren, aangeduid als [appellanten] en [geïntimeerden], hadden ieder een andere interpretatie van de splitsingsakte en de bijbehorende koop-/aannemingsovereenkomst. [Geïntimeerden] hadden na oplevering van de woningen een langere uitbouw gerealiseerd, waarbij zij de buitenmuur van de uitbouw van [appellanten] hadden afgebroken.
Uitleg van de splitsingsakte
De kern van het conflict betrof de uitleg van de splitsingsakte. Volgens artikel 17 van de splitsingsakte behoren bepaalde delen van het gebouw, zoals daken en buitengevels, tot de privé gedeelten van de appartementsrechten. Er was echter onduidelijkheid over of de buitengevels van een uitbouw ook tot het privé gedeelte behoorden.
De splitsingstekening, die onderdeel uitmaakt van de splitsingsakte, gaf aan dat de grenzen van de privé gedeelten recht doorliepen zonder rekening te houden met uitbouwen. Dit betekende dat de uitbouw van [appellanten] deels op het privé gedeelte van [geïntimeerden] stond.
Rechten en verplichtingen uit de koop-/aannemingsovereenkomst
Artikel 38 en 39 van de koop-/aannemingsovereenkomst verplichtten appartementseigenaren om een uitbouw van aangrenzende woningen te dulden tot op de erfgrens. Het hof oordeelde dat deze bepalingen ook golden voor toekomstige uitbouwen en dat [geïntimeerden] hun uitbouw tot op de erfgrens mochten realiseren.
Beslissing van het hof
Het hof concludeerde dat de buitenmuur van de uitbouw van [geïntimeerden] verwijderd moest worden waar deze de erfgrens overschreed. [Geïntimeerden] kregen vier maanden de tijd om de aanpassing uit te voeren. Daarnaast moesten zij een schadevergoeding terugbetalen aan [appellanten] omdat zij ten onrechte waren veroordeeld tot betaling van schadevergoeding in de eerste aanleg.
Proceskosten en uitvoering
Het hof besloot de proceskosten te compenseren, wat betekent dat beide partijen hun eigen kosten moesten dragen. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht in conventie en reconventie.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:GHDHA:2026:2743
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




