In een rechtszaak bij het gerecht in eerste aanleg van Curaçao speelde een conflict binnen de Vereniging van Eigenaren (VvE) Coral Estate. Het bestuur van de VvE, de eisers, stond tegenover een lid van de vereniging, de gedaagde. De gedaagde had een buitengewone algemene ledenvergadering (BAV) uitgeroepen met als doel het ontslag van de huidige bestuurders en de benoeming van nieuwe. De eisers betwisten de geldigheid hiervan vanwege een vermeend tekort in het quorum. De rechter besloot de BAV uit te stellen.
Conflict over oproep voor buitengewone vergadering
De gedaagde had op 14 januari 2026, samen met andere leden, verzocht om een BAV bijeen te roepen. Het bestuur reageerde niet tijdig, waarna de gedaagde zelf het initiatief nam. De agendapunten waren het ontslag van de huidige bestuurders en de benoeming van nieuwe. De eisers voerden aan dat het quorum, nodig voor het geldig bijeenroepen van de vergadering, niet was gehaald en dat de gedaagde onrechtmatig handelde door de BAV door te laten gaan.
Procesverloop en standpunten
Op 2 maart 2026 startten de eisers de procedure met een verzoekschrift. De gedaagde diende nadere stukken in op 6 maart 2026 en op 9 maart 2026 vond de mondelinge behandeling plaats. De eisers stelden dat de BAV zou leiden tot onrust vanwege de mogelijke niet-rechtsgeldige besluiten. Ze vroegen de rechter om de oproep in te trekken en te rectificeren.
Bewijslast en oordeel van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat in kort geding aannemelijk moest zijn dat de oproep niet rechtsgeldig was. De bewijslast lag bij de eisers, die onvoldoende konden aantonen dat het quorum niet was gehaald. De gedaagde legde 55 verklaringen over en de eisers konden niet bewijzen dat deze ongeldig waren. Bovendien kon het bestuur eenvoudig contact opnemen met de leden voor verificatie.
Uitstel van de vergadering
De rechtbank besloot dat er onvoldoende grond was om de BAV geheel af te gelasten, maar stelde de vergadering wel uit tot 19 april 2026. Dit bood de gelegenheid om de oproep aan alle leden correct te laten verlopen en verdere onduidelijkheden te voorkomen. Het uitstel werd gezien als een compromis in het belang van de VvE. De eis om rectificatie van uitspraken van de gedaagde werd afgewezen wegens onvoldoende belang.
Uitvoerbaarheid en kosten
De rechtbank verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad en besloot dat beide partijen hun eigen proceskosten moesten dragen. Dit gaf de VvE de kans om de kwestie binnen een reguliere algemene vergadering verder te bespreken en juridisch houdbare beslissingen te nemen.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:OGEAC:2026:29
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




