De Vereniging van Eigenaren (VvE) van het Rainbow Tower Building op Sint Maarten had een conflict met de eigenaar van een appartement, de stichting particulier fonds (PFF), over achterstallige bijdragen. De VvE eiste betaling van $27.564,49 aan achterstallige bijdragen en toekomstige bijdragen. De PFF betwistte de geldigheid van deze vorderingen voor de jaren 2012 tot en met 2019, omdat de VvE in die periode inactief was. De rechtbank oordeelde dat de PFF niet hoeft te betalen voor deze jaren, maar wel een deel van de achterstand en specifieke ‘special assessments’ moet voldoen.
Inactiviteit van de VvE tussen 2012 en 2019
De zaak begon toen de VvE op 12 april 2024 een verzoekschrift indiende tegen de PFF. De PFF, eigenaar van een appartement sinds 2009, betwistte de gevorderde bedragen vanwege de inactiviteit van de VvE van 2012 tot 2019. Tijdens deze jaren functioneerde de VvE niet, en zelfstandige groepen als de Rainbow Beach Club Transition Association (RBCTA) en de Tower Rescue Group (TRG) namen het onderhoud van de gemeenschappelijke delen op zich.
Oordeel over de gevorderde bijdragen
De rechtbank besliste dat de PFF niet hoeft te betalen voor de periode 2012-2019. De VvE kon niet aantonen dat de kosten van RBCTA als een schuld van de gezamenlijke eigenaren moesten worden beschouwd. Bovendien had de VvE geen formele opdracht gegeven voor het onderhoud, en was er geen overeenstemming of lastgevingsovereenkomst met RBCTA. De PFF was geen lid van RBCTA en er was geen formele schuld vastgesteld.
Betaling van resterende bedragen
Ondanks de afwijzing van de vorderingen voor de jaren 2012-2019, moest de PFF alsnog $11.264,49 aan achterstallige bedragen en een ‘special assessment’ van $2.800,- voor een generator betalen. De rechtbank vond dat deze besluiten volgens de statuten waren genomen en de PFF had onvoldoende onderbouwing voor haar betwisting. Daarnaast werd de PFF veroordeeld tot betaling van $2.152,- voor achterstallige kwartaalbijdragen van 2023, omdat de VvE de rechtsgeldigheid van deze besluiten kon aantonen.
Rente en incassokosten
De PFF werd ook veroordeeld om rente te betalen over de achterstand, vastgesteld op 1,5% per maand vanaf het moment van verzuim. Deze renteverhoging was op een rechtsgeldige wijze door de VvE besloten. Daarnaast moest de PFF incassokosten van Cg. 1.500,- en beslagkosten van Cg. 3.200,- vergoeden, aangezien het beslag niet als onrechtmatig werd beschouwd.
Afwijzing van toekomstige vorderingen
De rechtbank wees de eis van de VvE om de PFF te veroordelen tot het betalen van toekomstige kwartaalbijdragen af, omdat de VvE niet kon aantonen dat de PFF na het indienen van het verzoekschrift in gebreke was gebleven. De proceskosten werden gecompenseerd, omdat beide partijen deels in het ongelijk waren gesteld. De uitspraak werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en andere vorderingen van de VvE werden afgewezen.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:OGEAM:2025:29
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




