In deze zaak stond een conflict centraal over de gegevens in de Basisregistratie Kadaster (BRK) met betrekking tot de ondersplitsing van een appartementsrecht. De eiser was van mening dat er onjuiste informatie in de BRK was opgenomen en verzocht om herstel hiervan. De rechtbank Den Haag oordeelde echter dat er geen verschil bestond tussen het brondocument, de akte van ondersplitsing, en de gegevens in de BRK. Het verzoek van de eiser werd afgewezen en het beroep ongegrond verklaard.
Verzoek tot correctie van kadastergegevens
De eiser, woonachtig in Den Haag, diende een verzoek in bij de bewaarder van het kadaster om de gegevens in de BRK te corrigeren. Hij betoogde dat een nabijgelegen appartementsrecht ten onrechte als ondergesplitst in twee afzonderlijke rechten werd vermeld. Volgens de eiser had deze ondersplitsing niet plaatsgevonden, waardoor de BRK-gegevens onjuist waren.
De bewaarder van het kadaster wees het verzoek tot correctie af met de reden dat de gegevens in de BRK overeenkwamen met de akte van ondersplitsing die in het openbaar register was ingeschreven. Na afwijzing van zijn bezwaar tegen deze beslissing, stapte de eiser naar de rechtbank.
Argumenten en bezwaren van de eiser
Tijdens de zitting bracht de eiser naar voren dat er meerdere gemeentelijke besluiten waren die aantoonden dat het pand niet meer illegaal (onder)gesplitst mocht zijn. Hij stelde dat de BRK-gegevens in overeenstemming moesten zijn met de actuele juridische en feitelijke situatie. Daarnaast voerde hij aan dat hij niet was gehoord tijdens de bezwaarfase, wat volgens hem in strijd was met de beginselen van behoorlijk bestuur.
Oordeel van de rechtbank over de kadastergegevens
De rechtbank oordeelde dat de bewaarder van het kadaster terecht het verzoek van de eiser had afgewezen. De bewaarder heeft een lijdelijke rol bij de inschrijving van documenten in de BRK en is niet verantwoordelijk voor de inhoudelijke juistheid, zolang de documenten aan de wettelijke vereisten voldoen. De rechtbank benadrukte dat een herstelverzoek slechts is bedoeld voor situaties waarbij gegevens in de BRK niet overeenkomen met het brondocument, wat hier niet het geval was.
Beoordeling van aanvullende procedures
Verder verwierp de rechtbank het beroep van de eiser op een vernieuwingsprocedure, bedoeld voor het vernieuwen van oude kadastrale kaarten vanwege onnauwkeurigheden, en niet voor situaties zoals deze. Ten aanzien van de landelijke voorziening BAG (Basisregistratie Adressen en Gebouwen) werd geoordeeld dat de bewaarder juist had gehandeld door het verzoek door te sturen naar het college van burgemeester en wethouders.
De rechtbank oordeelde ook dat er geen verplichting was voor de bewaarder om de eiser te horen tijdens de bezwaarfase, aangezien er geen redelijke twijfel bestond dat de bezwaren tot een ander oordeel zouden leiden.
Uitspraak en vervolg
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wat betekent dat het oorspronkelijke besluit in stand blijft. De eiser heeft geen recht op teruggave van het griffierecht of een vergoeding van de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door mr. E.K.S. Mollen en uitgesproken op 30 januari 2025. De eiser kan binnen zes weken na de verzenddatum van de uitspraak hoger beroep aantekenen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBDHA:2025:10358
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




