In een recente zaak bij de rechtbank Amsterdam speelde een conflict tussen een individu, hierna [verzoekster], en een Vereniging van Eigenaars (VvE). Het ging om een verzoek tot herroeping van een beschikking van de kantonrechter van 19 juli 2024. [Verzoekster] beweerde dat de beschikking was gebaseerd op bedrog door de VvE en dat cruciale documenten waren achtergehouden. De rechtbank wees het verzoek af, omdat er geen sprake was van nieuwe feiten die pas na de beschikking bekend waren geworden.
De achtergrond van het verzoek
[Verzoekster] diende op 18 oktober 2024 een verzoekschrift in om de beschikking van de kantonrechter te herroepen. Ze stelde dat de VvE bedrog had gepleegd door documenten achter te houden tijdens de oorspronkelijke procedure. Het belangrijkste bewijsstuk dat ze aanvoerde was een e-mail van 3 juli 2024 van Woningstichting Rochdale, waarin stond dat een andere entiteit sinds 1997 fungeerde als bestuurder van de VvE.
Standpunt van de VvE
De VvE diende een verweerschrift in waarin zij betoogde dat [verzoekster] niet ontvankelijk was. Zij stelde dat [verzoekster] al op de hoogte was van de informatie in de e-mail van 3 juli 2024 vóór de eindbeslissing van de oorspronkelijke procedure. De VvE betwistte daarmee dat er sprake was van nieuwe feiten die pas na de beschikking aan het licht waren gekomen.
Argumenten van [verzoekster]
[Verzoekster] voerde aan dat er geen rechtsgeldig bestuur van de VvE was en dat dit was verzwegen door de VvE. Ze claimde dat de e-mail van 3 juli 2024 tijdens de oorspronkelijke rechtszaak was achtergehouden en dat deze nieuwe informatie de beschikking had kunnen beïnvloeden.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat het verzoek van [verzoekster] tot herroeping van de beschikking moest worden afgewezen. De rechter stelde vast dat [verzoekster] al vóór de eindbeslissing van de oorspronkelijke procedure op de hoogte was van de inhoud van de e-mail van 3 juli 2024. Hierdoor was er geen sprake van nieuwe feiten die pas na de beschikking bekend waren geworden. De rechtbank benadrukte dat herroeping een buitengewoon rechtsmiddel is, bedoeld voor situaties met ernstige inbreuken op de rechtvaardigheid.
Verwijzing naar de wet
De rechtbank wees op artikel 382 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), dat bepaalt dat een vonnis alleen kan worden herroepen op specifieke gronden zoals bedrog of valsheid van stukken die pas na het vonnis zijn erkend. Aangezien [verzoekster] deze gronden niet aannemelijk heeft gemaakt, kon zij geen beroep doen op herroeping.
Proceskosten en beslissing
De kantonrechter veroordeelde [verzoekster] in de proceskosten van de VvE, die werden begroot op €610,00. Omdat de VvE haar proceskosten niet had gespecificeerd, kon de kantonrechter geen uitspraak doen over de daadwerkelijk gemaakte kosten. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad, wat inhoudt dat de proceskosten binnen veertien dagen na aanschrijving moeten worden betaald. De rechtbank wees uiteindelijk het verzoek van [verzoekster] tot herroeping van de beschikking af en veroordeelde haar in de proceskosten van de VvE.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBAMS:2025:2418
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.



