De rechtbank Amsterdam heeft geoordeeld over een geschil tussen een Vereniging van Eigenaars (VvE) en een appartementseigenaar, [verzoeker]. Het conflict draaide om de geldigheid van besluiten die de VvE had genomen tijdens een vergadering op 13 maart 2025. Deze besluiten hadden betrekking op financiële verplichtingen aan aannemer Keyser Bouw, waarvan de uitvoering van bouwwerkzaamheden was stilgelegd. De rechtbank moest beslissen of de VvE bevoegd was deze schulden aan individuele eigenaren toe te rekenen en of de genomen besluiten rechtsgeldig waren.
VvE-besluiten aangekaart door appartementseigenaar
In maart 2020 werd een terrein gesplitst in drie appartementsrechten en werd de VvE opgericht. Elk appartementseigenaar had een overeenkomst met Keyser Bouw voor de bouw van hun appartementen. De bouwwerkzaamheden stopten in juli 2021, waarna geschillen ontstonden over de bouwsom. De VvE en [verzoeker] hadden verschillende opvattingen over de verantwoordelijkheid voor openstaande betalingen aan Keyser Bouw. Tijdens de VvE-vergadering in maart 2025 werd gestemd over het accepteren van de financiële claims van Keyser Bouw als VvE-schuld en de toerekening ervan aan [verzoeker]. Deze besluiten werden genomen zonder de vereiste gekwalificeerde meerderheid.
Onvoldoende meerderheid voor VvE-besluiten
De rechtbank oordeelde dat de VvE niet bevoegd was om de vorderingen van Keyser Bouw te accepteren als een VvE-schuld. De bouw van het appartementencomplex viel niet onder normaal beheer en was dus een individuele verantwoordelijkheid. Volgens het modelreglement van de VvE moeten besluiten over uitgaven boven een bepaalde drempel met een gekwalificeerde meerderheid worden genomen. De besluiten van de vergadering voldeden hier niet aan en waren daarom nietig.
Rechtsgeldigheid van de VvE-vergadering
De rechtbank verklaarde de besluiten uit de notulen van de VvE-vergadering van 13 maart 2025 nietig. Er was geen rechtsgeldige basis voor de VvE om de vorderingen van Keyser Bouw te accepteren of als schuld aan [verzoeker] toe te rekenen. Ook kon de VvE geen procesvolmacht aan [verweerder 2] verstrekken om een incassoprocedure tegen [verzoeker] te starten.
Proceskosten en niet-ontvankelijkheid
De VvE, [verweerder 2] en [verweerder 3] werden niet-ontvankelijk verklaard in hun tegenverzoeken, aangezien deze zonder de vereiste machtiging van de vergadering waren ingediend. Geschillen die bij een dagvaarding hadden moeten worden ingediend, konden niet in een verzoekschriftprocedure worden behandeld. De VvE werd veroordeeld in de proceskosten van [verzoeker]. Er was echter geen sprake van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen door de VvE of Keyser Bouw, waardoor de kosten niet volledig op [verweerder 2] en [verweerder 3] konden worden verhaald.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBAMS:2025:5791
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




