In een kort geding bij de rechtbank Den Haag eisten appartementseigenaren de verwijdering van een dakterras dat door medebewoners werd gebruikt. De eisers stelden dat het gebruik van het dakterras overlast en gevaar veroorzaakte, en dat hiervoor geen toestemming was van de Vereniging van Eigenaren (VvE). De rechter wees de vordering af, omdat de eisers niet voldoende hadden aangetoond dat er sprake was van overlast of gevaar. Bovendien was het een kwestie die de VvE zelf moest behandelen.
Procesverloop en inzet van de zaak
De procedure begon met een dagvaarding op 24 november 2025. De eisers vorderden de verwijdering van het dakterras, op straffe van een dwangsom. Tijdens de zitting op 2 december 2025 betoogden zij dat het gebruik van het dakterras zonder toestemming onrechtmatig was. Ze klaagden over (geluids)overlast, schade aan eigendommen en gevaarlijke situaties.
Feiten rondom het dakterras
De eisers bezitten appartementen op de begane grond van een complex. De gedaagden, eigenaren van een bovenwoning met dakterras sinds 2023, maakten gebruik van het terras dat boven de appartementen van de eisers ligt. In 2008 had de vorige eigenaar toestemming voor de uitbreiding van het dakterras, mits er geen overlast zou zijn. Tijdens een ALV in 2024 werd gesproken over het aanpassen van de splitsingsakte om het gebruik van het terras te formaliseren, maar dit leidde tot onenigheid.
Oordeel van de rechtbank
De voorzieningenrechter oordeelde dat de eisers niet hadden aangetoond dat het gebruik van het dakterras onrechtmatige hinder of gevaar opleverde. Er was geen bewijs van structurele geluidsoverlast of gevaar. Het ontbreken van toestemming van de VvE was een interne kwestie voor de VvE en kon niet als grond voor verwijdering dienen. Daarom werd de vordering afgewezen.
Vergoeding van proceskosten
De rechter veroordeelde de eisers in de proceskosten van de gedaagden, omdat zij in het ongelijk waren gesteld. De kosten werden geschat op € 1.616. Deze moeten binnen veertien dagen betaald worden, met een mogelijke verhoging bij te late betaling. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten werd toegewezen. De rechter oordeelde dat er geen misbruik van procesrecht was door de eisers, wat betekende dat zij niet in de werkelijke proceskosten van de gedaagden werden veroordeeld.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBDHA:2025:24498
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




