In een recente uitspraak heeft de rechtbank Den Haag geoordeeld over een omgevingsvergunning voor de bouw van een dakopbouw en dakterras, die was verleend ondanks het ontbreken van toestemming van de Vereniging van Eigenaren (VvE). Een lid van de VvE had tegen deze vergunning beroep aangetekend, maar de rechtbank verklaarde dit beroep ongegrond. De vergunning blijft dus geldig.
Omgevingsvergunning verleend zonder VvE-toestemming
De zaak begon toen een eigenaar een omgevingsvergunning aanvroeg voor een dakopbouw en dakterras. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag weigerde aanvankelijk de vergunning op basis van adviezen van de Welstands- en Monumentencommissie. Deze adviezen suggereerden dat het plan niet voldeed aan de redelijke eisen van welstand. Na bezwaar van de eigenaar werd de vergunning echter alsnog verleend. De rechtbank oordeelde dat het college terecht had gehandeld door het advies van de commissie naast zich neer te leggen.
Geen evident privaatrechtelijke belemmering
Een belangrijk punt in de zaak was of de vergunninghouder als belanghebbende kon worden beschouwd. De VvE had immers geweigerd toestemming te geven voor de dakopbouw. De rechtbank vond dat er geen evidente privaatrechtelijke belemmering was, omdat de vergunninghouder de mogelijkheid had om een vervangende machtiging bij de kantonrechter te vragen. Dit betekent dat de vergunninghouder nog steeds als belanghebbende kon worden gezien, ondanks het ontbreken van toestemming van de VvE.
Welstandsadvies niet noodzakelijk
De eiser voerde aan dat het college het bouwplan opnieuw aan de Welstands- en Monumentencommissie had moeten voorleggen. De rechtbank vond dit niet nodig. Het plan was al meerdere keren beoordeeld en de commissie had geconcludeerd dat een dakopbouw binnen de welstandseisen niet kon worden ingepast. Het college had de vrijheid om toch een vergunning te verlenen, zoals bepaald in artikel 2.10 van de Wabo.
Bezwaren tegen strijdigheid met Bouwbesluit
Er waren ook zorgen geuit over mogelijke strijdigheid met het Bouwbesluit 2012, maar de rechtbank vond dat deze bezwaren niet voldoende waren onderbouwd. Hierdoor konden ze niet leiden tot een vernietiging van het besluit van het college.
Uitspraak en gevolgen
De rechtbank verklaarde het beroep van de eiser ongegrond. Als gevolg hiervan blijft de omgevingsvergunning voor de dakopbouw en het dakterras in stand. De eiser krijgt geen griffierecht terug, noch een vergoeding van proceskosten. Partijen hebben de mogelijkheid om binnen zes weken na verzending van de uitspraak in hoger beroep te gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBDHA:2025:6857
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




