In een appartementencomplex in Den Haag is een conflict ontstaan tussen Ranko B.V., verhuurder van een bedrijfsruimte, en de huurder, die een horecazaak exploiteert. Ranko heeft met instemming van de andere eigenaren een extra bouwlaag laten aanbrengen, waarvoor de fundering moet worden versterkt. De huurder weigert mee te werken aan deze funderingsversterking, waarop Ranko een kort geding aanspande om medewerking af te dwingen.
Achtergrond van het conflict
Ranko verhuurt sinds juli 2021 een bedrijfsruimte aan de huurder voor een horecagelegenheid. Boven deze ruimte bevindt zich een woning van Carmel Residential II Coöperatief U.A. en een woonruimte op de topetage van een andere eigenaar. De eigenaren hebben samen een extra bouwlaag gerealiseerd. De gemeente Den Haag heeft hiervoor een omgevingsvergunning verleend en de splitsingsakte is aangepast.
Standpunt van Ranko
Ranko eist dat de huurder binnen 48 uur na het vonnis de werkzaamheden gedoogt en medewerking verleent. Dit op straffe van een dwangsom van €500 per dag, tot een maximum van €20.000. Ranko baseert deze eis op het Burgerlijk Wetboek en de huurovereenkomst, die de huurder verplicht mee te werken aan dergelijke werkzaamheden.
Verweer van de huurder
De huurder voert aan dat een kort geding niet de juiste procedure is en dat er geen spoedeisend belang is. Daarnaast stelt de huurder dat de werkzaamheden niet onder renovatie of dringende werkzaamheden vallen en dat deze tot verstoring en schade kunnen leiden.
Oordeel van de rechter
De rechter heeft geoordeeld dat de vordering van Ranko toewijsbaar is. De funderingsversterking is noodzakelijk en moet op korte termijn plaatsvinden. De rechter erkent het spoedeisende belang van Ranko, mede omdat de huurder eerder bereidwilligheid toonde.
De rechter benadrukt dat de voorschriften uit de splitsingsakte ook gelden voor de huurder. Daarnaast is er een vergunning verleend en zijn er geen evidente fouten aangetoond. De rechter acht de werkwijze van de aannemer, die de werkzaamheden binnen twee weken in ochtenduren wil uitvoeren, aanvaardbaar.
Beslissing van de voorzieningenrechter
De rechter veroordeelt de huurder om mee te werken aan de funderingswerkzaamheden en legt een dwangsom op. Daarnaast moet de huurder de proceskosten van €2.119,21 betalen. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Eventuele schade door de werkzaamheden zal worden vergoed door de eigenaren van de bouwlaag zodra deze is vastgesteld.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBDHA:2025:8560
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




