In een zaak voor de rechtbank Den Haag kreeg een Vereniging van Eigenaren (VvE) te maken met een dwangsom voor een illegale splitsing van een pand zonder de benodigde vergunning. Het conflict draaide om de vraag of de VvE als overtreder kon worden aangemerkt. De rechter oordeelde dat het college van burgemeester en wethouders van Den Haag terecht een dwangsom had opgelegd en deze had ingevorderd omdat de overtreding niet was beëindigd.
Illegale bouwkundige splitsing ontdekt
Tijdens een controle op 22 januari 2021 werd geconstateerd dat er een bouwkundige splitsing had plaatsgevonden in een pand in Den Haag zonder de benodigde omgevingsvergunning. De VvE en een derde partij hadden bij het college handhavingsverzoeken ingediend, omdat de splitsing in strijd zou zijn met het bestemmingsplan en zonder toestemming van de VvE was uitgevoerd.
Oplegging en invordering van de dwangsom
Het college legde op 30 april 2021 een last onder dwangsom op aan de stichting die eigenaar is van het pand. De stichting maakte bezwaar, maar dit werd op 8 februari 2022 ongegrond verklaard. Een inspectie op 16 mei 2022 wees uit dat de overtreding niet was beëindigd, waarna het college op 19 juli 2022 besloot de dwangsom van € 5.000,- in te vorderen. De stichting ging in beroep tegen zowel het dwangsombesluit als het invorderingsbesluit.
De rechtbank bevestigt besluiten van het college
De rechtbank oordeelde dat de stichting als overtreder kon worden aangemerkt. Het pand was zonder vergunning gesplitst en de situatie werd in stand gehouden, wat een overtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) inhield. De rechtbank vond dat de notariële aktes niet relevant waren voor de verplichting een omgevingsvergunning te verkrijgen.
Beroepsgronden ongegrond verklaard
De stichting voerde aan dat zij niet als overtreder kon worden gezien en dat het besluit in strijd was met het rechtszekerheids- en zorgvuldigheidsbeginsel. De rechtbank verwierp deze argumenten. Ook overwoog de rechtbank dat het college niet verplicht was om voorafgaand aan de invordering een aankondiging te doen. Het college had de overtreding als ernstig beoordeeld en terecht de volledige dwangsom ingevorderd.
Geen proceskostenvergoeding
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en de besluiten van het college bleven in stand. Er was geen reden voor een proceskostenveroordeling of teruggave van het betaalde griffierecht aan de stichting.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBDHA:2026:6616
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




