In een conflict tussen een Vereniging van Eigenaren (VvE) en DHB Bouw B.V. draaide het om een openstaande factuur voor renovatiewerkzaamheden. De VvE weigerde de volledige betaling vanwege vermeende onterechte meerwerkposten en een foutieve btw-berekening. DHB Bouw eiste betaling van het resterende bedrag, terwijl de VvE teruggave van reeds betaalde bedragen vroeg. De rechtbank moest beoordelen of de VvE aanspraak kon maken op consumentenrechten en of de factuur klopte.
Renovatieproject leidde tot factuurgeschil
Het geschil begon bij een renovatie van een appartementencomplex, uitgevoerd door DHB Bouw. De overeenkomst met de VvE was voor € 38.192,93 inclusief btw. Na afronding van de werkzaamheden stuurde DHB Bouw een factuur van € 3.089,03, waarvan de VvE slechts € 990,70 had betaald. De VvE betwistte de factuur, wijzend op vermeende dubbele meerwerkposten en een onjuist btw-tarief.
VvE beroept zich op consumentenrecht
De VvE stelde dat de meerwerkovereenkomst vernietigbaar was onder het consumentenrecht, omdat DHB Bouw hen onvoldoende informeerde over extra kosten. Ze eisten terugbetaling van wat ze al betaald hadden. De rechtbank moest bepalen of de VvE als rechtspersoon consumentenrechten kon inroepen.
Rechtbank wijst consumentenrecht af
De rechtbank oordeelde dat de VvE geen beroep kon doen op het consumentenrecht, aangezien ze een rechtspersoon is en niet gelijkgesteld kan worden aan een consument. De reflexwerking van het consumentenrecht was niet van toepassing omdat de VvE niet kon aantonen dat ze in een vergelijkbare positie als een consument verkeerde.
Btw-correctie en meerwerk goedkeuring
De rechtbank erkende een fout in de btw-berekening voor stucwerk, dat onder het verlaagde tarief van 9% viel in plaats van 21%. DHB Bouw erkende deze fout en bracht een creditnota uit die de VvE kon verrekenen. De goedkeuring van het meer- en minderwerk door de voormalige bestuurder van de VvE werd als geldig beschouwd, waardoor de factuur gerechtvaardigd was.
VvE moet factuur betalen
De rechtbank veroordeelde de VvE tot betaling van € 2.262,92 aan DHB Bouw, inclusief wettelijke rente en proceskosten. De tegenvorderingen van de VvE werden grotendeels afgewezen. De uitspraak onderstreepte het belang van duidelijke afspraken en goedkeuring van meerwerk, terwijl het beroep op consumentenrecht voor de VvE als rechtspersoon werd beperkt.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBNHO:2026:4154
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.



