De Vereniging van Eigenaren (VvE) van een appartementencomplex in Amsterdam heeft te maken met waterschade aan een van de appartementen. De VvE had een opstalverzekering bij Achmea Schadeverzekeringen N.V. afgesloten en meldde de schade bij hen. Achmea weigerde echter dekking te bieden, omdat ze van mening waren dat de schade niet onder de voorwaarden van de verzekering viel. De VvE stelde dat de schade was veroorzaakt door een defecte vulkraan in een cv-kast, wat volgens hen wel onder de dekking zou moeten vallen. De rechtbank Gelderland moest beslissen of de VvE kon bewijzen dat de schade binnen de dekking van de verzekering viel.
Ontstaan van de waterschade
In juni 2022 ontdekte de VvE waterschade aan het plafond van een appartement. Ondanks reparaties door een loodgieterbedrijf in november 2022, bleef de lekkage bestaan. In maart 2023 ontdekte een tweede loodgieterbedrijf dat de lekkage werd veroorzaakt door een vulkraan in een cv-kast op het balkon. Deze bevindingen werden gedocumenteerd in een e-mail en een verklaring.
Achmea weigert dekking
Op 17 april 2023 meldde de VvE de waterschade bij Achmea. De polisvoorwaarden van de opstalverzekering geven aan dat schade door water uit een plotseling kapotte waterinstallatie gedekt kan zijn. Schade door slecht onderhoud of niet-plotselinge defecten is echter uitgesloten van dekking. Achmea baseerde haar weigering op een expertiserapport dat concludeerde dat de schade was ontstaan door constructiefouten en slecht onderhoud, niet door een plotseling defecte installatie.
VvE eist dekking van de schade
De VvE eiste dat Achmea de schade zou dekken en een bedrag van €32.354,65 zou uitkeren, naast bijkomende kosten. Achmea verweerde zich door te stellen dat de schade niet door een plotseling defect was veroorzaakt en dat er geen bewijs was van een gedekte gebeurtenis.
VvE moet bewijzen dat waterschade gedekt is
De rechtbank oordeelde dat het aan de VvE was om te bewijzen dat de waterschade het gevolg was van een gedekte gebeurtenis, namelijk een plotseling defecte vulkraan. De rechtbank stelde vast dat er onvoldoende bewijs was om direct de oorzaak van de schade te bepalen. Hoewel de VvE argumenten had aangevoerd om hun claim te onderbouwen, had Achmea deze stellingen voldoende betwist.
De rechtbank besloot dat de VvE in de gelegenheid moest worden gesteld om bewijs te leveren dat de waterschade inderdaad werd veroorzaakt door de lekkende vulkraan. De VvE kreeg de opdracht om met bewijsmateriaal te komen door middel van getuigenverklaringen of andere bewijsstukken. Een datum voor een mogelijke getuigenverhoor werd vastgesteld, waarbij beide partijen werden opgedragen om alle relevante bewijsstukken tijdig aan de rechtbank en de wederpartij te overleggen.
De rechtbank hield een definitieve beslissing aan, in afwachting van het door de VvE te leveren bewijs. Hiermee werd de VvE in de positie geplaatst om de aangevoerde schadeoorzaak te bewijzen, terwijl Achmea haar standpunt van de afwijzing kon blijven verdedigen tot er meer duidelijkheid zou zijn over de oorzaak van de schade.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBGEL:2025:11953
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




