In een recente rechtszaak tussen de Vereniging van Eigenaars (VvE) van woonappartementen ‘Vaartbroek’ in Eindhoven en een eigenaar van zes appartementsrechten stond de berekening van de warmtekosten centraal. De VvE eiste een bedrag van € 53.492,73 van de eigenaar, waaronder warmtekosten en andere bijdragen. De eigenaar verzette zich tegen deze vordering, maar de rechtbank oordeelde dat de warmtekosten volgens de Warmtewet moeten worden berekend en dat de eigenaar de voorschotten moet betalen.
Geschil over de berekening van warmtekosten
De VvE had gevorderd dat de eigenaar moest bijdragen aan de gemeenschappelijke verwarmingskosten op basis van de Warmtewet. Volgens de VvE zijn de verwarmingskosten gemeenschappelijke schulden, waarbij de eigenaar moet bijdragen op basis van daadwerkelijk verbruik. De eigenaar was het hier niet mee eens en stelde dat hij naar breukdeel moest bijdragen, zoals vastgelegd in de akte van ondersplitsing.
De rol van de Warmtewet
De rechtbank heeft de akte van ondersplitsing objectief uitgelegd en geconcludeerd dat de verwarmingsinstallatie als een gemeenschappelijke installatie moet worden beschouwd. Hoewel de akte van ondersplitsing naar breukdeel verwijst, schrijft de Warmtewet voor dat kosten zoveel mogelijk gebaseerd moeten zijn op het werkelijke verbruik. De rechtbank oordeelde dat de bepalingen in de akte van ondersplitsing niet beslissend zijn en dat de Warmtewet leidend is.
Methodiek van berekening volgens Warmtewet
De VvE verklaarde dat zij de methodiek van Ista volgt bij de berekening van warmtekosten. Hierbij wordt 65% van de kosten als variabele kosten in rekening gebracht op basis van daadwerkelijk verbruik, en 35% als vaste kosten op basis van de vloeroppervlakte. De rechtbank oordeelde dat deze methodiek in lijn is met de Warmtewet, aangezien de variabele kosten gebaseerd zijn op meterstanden van individuele warmtekostenverdelers en de vaste kosten op een verdeelsystematiek.
De uitspraak van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat de berekeningswijze van de VvE in overeenstemming is met de Warmtewet. De eigenaar moet zowel de vaste als variabele kosten betalen, zelfs al heeft hij zonder toestemming een eigen cv-installatie geïnstalleerd. De eigenaar kon niet aantonen dat de warmtekostenverdelers defect waren of dat de meterstanden onjuist waren. De rechtbank verwierp ook zijn beroep op opschorting en de redelijkheid en billijkheid.
Verdere procedure
De zaak is verwezen naar de rol voor verdere aktewisseling. De VvE moet het verbruik en de kosten van het gehele complex bij akte onderbouwen, waarna de eigenaar hierop mag reageren. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan totdat deze aktewisseling heeft plaatsgevonden.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBGEL:2025:8291
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




