In deze zaak wilde een groep appartementseigenaren dat de beheerder van hun complex werd vervangen. De beheerder was aangesteld door Ymere, die de meerderheid van de appartementen bezit. Tijdens een buitengewone vergadering van de Vereniging van Eigenaren (VvE) werd het voorstel voor de wissel verworpen door een staking van stemmen. De eigenaren vroegen de rechter om dit besluit te vervangen en alsnog de beheerderswissel door te voeren.
Conflict over de VvE-beheerder
Het conflict ontstond omdat vijf eigenaren van de twintig appartementen ontevreden waren over de huidige beheerder, die door Ymere was aangesteld. Ymere verhuurt de andere vijftien appartementen. De eigenaren wilden dat er per 1 januari 2026 een nieuwe beheerder zou komen. Tijdens de VvE-vergadering op 10 juli 2025 staakten de stemmen, wat volgens het Modelreglement 1992 betekent dat het voorstel was verworpen.
Verzoek om vervangend besluit
De eigenaren richtten zich tot de kantonrechter met het verzoek om een vervangend besluit te nemen op basis van artikel 5:130 lid 2 BW. Dit artikel biedt echter geen basis voor het nemen van een vervangend besluit, maar heeft betrekking op de vernietiging van besluiten. Ook vroegen ze om een machtiging op basis van artikel 5:121 BW om Ymere’s medewerking aan de wissel te vervangen.
Verweer van Ymere
Ymere stelde dat de eigenaren niet ontvankelijk waren, omdat de VvE als juiste partij had moeten worden aangemerkt. Verder wees Ymere op het ontbreken van belang bij de vernietiging van het besluit, omdat er geen hinder was die de vervangende machtiging bemoeilijkte. Ymere voerde aan dat er marktonderzoek had moeten plaatsvinden en dat de nieuwe beheerder nadelen had, zoals het ontbreken van standaard software en een grootschalige structuur.
Uitspraak van de rechter
De kantonrechter oordeelde dat de eigenaren niet ontvankelijk waren in hun verzoeken op basis van de genoemde artikelen. Ze hadden de VvE als verwerende partij moeten aanmerken, niet Ymere. Ook werd het verzoek om een vervangend besluit op basis van het Modelreglement 1992 afgewezen, omdat er onvoldoende inhoudelijke redenen waren voor de beheerderswissel. De argumenten van Ymere tegen de wissel werden zwaarder bevonden dan die van de eigenaren.
Proceskosten en suggestie voor schikking
De kantonrechter legde de VvE een proceskostenveroordeling op ten gunste van Ymere, ter hoogte van € 812,00. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard voor de proceskosten. Tot slot suggereerde de kantonrechter een minnelijke schikking, waarbij Ymere aangaf niet per se tegen een beheerderswissel te zijn, mits er overeenstemming kan worden bereikt over de voorwaarden.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBMNE:2025:6199
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




