In een rechtszaak bij de rechtbank Noord-Holland ontstond een conflict tussen een verhuurder en een huurder over toegang tot een huurwoning. De verhuurder wilde de sleutels voor geplande werkzaamheden door de Vereniging van Eigenaars (VvE), maar de huurder had de sloten veranderd en weigerde toegang. Uiteindelijk overhandigde de huurder de sleutels aan de aannemer, maar werd alsnog veroordeeld tot het betalen van de proceskosten omdat zijn eerdere weigering de rechtszaak had uitgelokt.
Veranderde sloten veroorzaakten conflict
De verhuurder en de huurder hadden op 10 mei 2025 een huurovereenkomst afgesloten voor een appartement. In juli 2025 deelde de VvE mee dat er verduurzamingswerkzaamheden gepland waren voor september en oktober. De verhuurder informeerde de huurder en bood zelfs huurkorting aan voor eventuele ongemakken.
De huurder wijzigde echter de sloten en weigerde toegang aan de verhuurder en aannemer. Ondanks meerdere verzoeken en sommaties bleef de huurder toegang weigeren, wat de verhuurder dwong tot het aanspannen van een kort geding.
Rechtszaak ondanks latere sleuteloverdracht
Tijdens de zitting op 2 oktober 2025 bleek dat de aannemer inmiddels de sleutel had ontvangen, waardoor de werkzaamheden konden doorgaan. Toch handhaafde de verhuurder zijn eisen vanwege de kosten en dreigende schadeclaims van de VvE en aannemer.
Rechterlijke beoordeling
De kantonrechter beoordeelde de spoedeisendheid en de kans van slagen in een bodemgeschil. Hoewel de huurder de sleutels uiteindelijk had afgegeven, was de eis van de verhuurder om een sleutel of toegang via een slotenmaker niet langer relevant. Ook was er geen spoedeisend belang voor de verhuurder om zelf een sleutel te hebben. De vordering voor schadevergoeding werd afgewezen.
Proceskosten voor rekening van de huurder
Ondanks dat de verhuurder niet in zijn primaire vorderingen werd gesteund, moest de huurder de proceskosten betalen. De reden was dat de huurder pas op het laatste moment de sleutels overdroeg, waardoor de verhuurder gedwongen was tot het kort geding. De kosten werden begroot op € 441,84, inclusief nakosten en wettelijke rente indien niet tijdig betaald.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBNHO:2025:12054
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




