De rechtbank Rotterdam heeft een beslissing genomen in een kort geding tussen een Vereniging van Eigenaars (VvE) en haar voormalige beheerder, [gedaagde] B.V. De VvE eiste de teruggave van haar administratie, die door de beheerder werd vastgehouden vanwege een vermeende vordering op de VvE. De rechtbank oordeelde dat de VvE recht heeft op de administratie, mits zij zekerheid stelt voor de geclaimde vordering door [gedaagde].
Conflict over administratieoverdracht
Het conflict ontstond toen de VvE haar administratie nodig had voor het opstellen en corrigeren van jaarrekeningen. De voormalige beheerder, [gedaagde], hield de administratie vast omdat zij meende recht te hebben op een betaling van de VvE. De VvE was bereid om zekerheid te stellen voor de betaling, maar [gedaagde] weigerde de administratie zonder directe betaling vrij te geven.
Procedure en argumenten
De zaak kwam op gang met een dagvaarding door de VvE op 6 augustus 2025. Tijdens de zitting op 9 september 2025 waren beide partijen aanwezig. De VvE benadrukte haar dringende behoefte aan de administratie om de jaarrekeningen te kunnen corrigeren. [gedaagde] eiste echter dat de VvE binnen een bepaalde termijn juridische stappen zou ondernemen om de vordering aan te vechten, zo niet zou de zekerheid ten gunste van [gedaagde] vervallen.
Rechtbank geeft VvE gelijk
De rechtbank erkende het spoedeisende belang van de VvE en besloot dat de administratie moest worden overgedragen. De rechter vond het aannemelijk dat de VvE de gegevens nodig had voor de correctie van de jaarrekening 2021 en de opstelling van de jaarrekeningen 2022 tot en met 2024. Omdat in een kort geding geen diepgaand onderzoek naar de vordering mogelijk is, werd bepaald dat de VvE zekerheid moest stellen voor het bedrag dat [gedaagde] opeiste.
Voorwaarden en consequenties
De rechtbank besliste dat [gedaagde] de administratie, inclusief alle digitale en fysieke gegevens, moet overdragen zodra de VvE een bedrag van € 23.163,89 in depot heeft gestort bij een notariskantoor. Daarnaast werd een dwangsom van € 1.000 per dag opgelegd aan [gedaagde], tot een maximum van € 25.000, voor elke dag dat zij in gebreke blijft na de betekening van het vonnis.
Proceskosten en uitvoerbaarheid
De rechtbank bepaalde dat [gedaagde] de proceskosten van € 1.228,47 moet dragen, omdat zij grotendeels in het ongelijk is gesteld. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de VvE direct toegang kan krijgen tot de administratie, zelfs als er hoger beroep wordt aangetekend.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBROT:2025:12082
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




