In een zaak bij de Rechtbank Noord-Holland stond een Vereniging van Eigenaren (VvE) tegenover een appartementseigenaar, aangeduid als [gedaagde]. De VvE wilde verduurzamingsplannen uitvoeren en vroeg [gedaagde] om mee te werken. Hoewel [gedaagde] eerst bereid leek afspraken te maken, weigerde zij uiteindelijk mee te werken, wat leidde tot een kort geding. De rechter besloot dat [gedaagde] haar medewerking moest verlenen, haar gedrag moest aanpassen en haar betalingsverplichtingen moest nakomen.
Verduurzamingsplannen van de VvE
Het conflict begon met de verduurzamingsplannen van de VvE, waaronder het vervangen van de kozijnen van alle appartementen. Tijdens vergaderingen op 23 januari en 20 februari 2025 werd hierover een besluit genomen. [gedaagde] maakte geen bezwaar tijdens deze vergaderingen en diende geen verzoek tot vernietiging van de besluiten in. Toch gaf zij later, op 11 mei 2025, aan niet mee te zullen werken en vroeg ze om het project te stoppen.
Gedragsproblemen en betalingsachterstand
[gedaagde] werd ook beschuldigd van agressief en intimiderend gedrag jegens andere bewoners, wat een gevoel van onveiligheid veroorzaakte. Verder betaalde zij haar maandelijkse voorschotbijdragen aan de VvE niet op tijd, wat leidde tot een aanzienlijke betalingsachterstand.
De vorderingen van de VvE
Tijdens de mondelinge behandeling op 30 oktober 2025 eiste de VvE dat [gedaagde] zou meewerken aan het verduurzamingsproject, haar agressieve gedrag zou stoppen en haar betalingsachterstand zou inhalen. [gedaagde] voerde verweer, maar de rechter achtte de vorderingen van de VvE grotendeels gegrond.
Rechterlijk oordeel
De rechter oordeelde dat de VvE een spoedeisend belang had bij de gevorderde voorzieningen. [gedaagde] moest meewerken aan de verduurzamingsplannen en toegang verlenen tot haar woning voor de werkzaamheden, op straffe van een dwangsom van € 1.000 per dag met een maximum van € 25.000. Ze werd ook verboden om zich agressief te gedragen jegens VvE-leden, met een dwangsom van € 500 per overtreding, tot een maximum van € 10.000.
Bovendien moest [gedaagde] haar maandelijkse VvE-bijdrage voortaan op tijd betalen, op straffe van een dwangsom van € 500 per keer dat ze hiervan afweek, eveneens met een maximum van € 10.000. Omdat de betalingsachterstand inmiddels was ingelopen, werden hier geen dwangsommen opgelegd.
Proceskosten en uitvoerbaarheid
[gedaagde] werd veroordeeld in de proceskosten en moest € 2.144,45 betalen aan de VvE, vermeerderd met wettelijke rente als ze niet binnen veertien dagen zou betalen. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat de VvE direct kon overgaan tot uitvoering, zelfs als [gedaagde] in hoger beroep zou gaan.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBNHO:2025:12694
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




