De rechtbank Noord-Holland heeft besloten dat de omgevingsvergunning voor het Skylark-project terecht is geweigerd. De eiser, die de verbouwing en uitbreiding van een pand aan de Lagendijk 66 in Koog aan de Zaan had aangevraagd, stond tegenover het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad. Het college had de vergunning eerst verleend, maar later herroepen vanwege strijd met het bestemmingsplan. De rechtbank verklaarde het beroep van de eiser ongegrond.
Skylark-project in strijd met bestemmingsplan
De plannen voor het Skylark-project behelsden de verbouwing van een horecagelegenheid tot winkelruimte en de uitbreiding van appartementen. De aanvraag moest voldoen aan het bestemmingsplan Oud Koog – Rooswijk en de paraplubestemmingsplannen Parkeren Zaanstad en Woningsplitsing. Aanvankelijk was de vergunning van rechtswege verleend doordat de beslistermijn was verstreken. In mei 2023 herzag het college deze beslissing en weigerde de vergunning, omdat het project niet in lijn was met de geldende plannen en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
Bezwaren van omwonenden en VvE
Omwonenden en de Vereniging van Eigenaren (VvE) Kooger Hem maakten bezwaar tegen de verleende vergunning. Zij voerden aan dat de plannen niet in overeenstemming waren met de bestemmingsplannen. De eiser betoogde dat sommige bezwaarmakers geen belanghebbenden waren en beschuldigde het college van misbruik van bevoegdheden tijdens de bezwaarprocedure. Ook stelde hij dat zijn procesrechten waren geschonden.
Beoordeling door de rechtbank
De rechtbank beoordeelde de ontvankelijkheid van de bezwaarmakers en oordeelde dat zij terecht hun bezwaren hadden ingediend. Het college had zijn bevoegdheden correct toegepast door de aanvraag volledig te heroverwegen tijdens de bezwaarfase. De rechtbank vond geen schending van de procesrechten van de eiser, aangezien hij voldoende gelegenheid had gekregen om zijn standpunten toe te lichten.
Vergunning geweigerd wegens strijd met parapluplan
De aanvraag voldeed niet aan de eisen van het parapluplan Woningsplitsing. Met name de woning op de eerste verdieping voldeed niet aan de minimale oppervlaktevereisten voor een splitsingsvergunning volgens de Huisvestingsverordening gemeente Zaanstad 2021. De rechtbank verwierp ook het argument van de eiser dat een eerdere vergunning uit 2020 als uitgangspunt had moeten dienen. De actuele aanvraag en bouwtekeningen waren bepalend.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBNHO:2025:13569
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




