In een zaak bij de rechtbank Noord-Holland speelde een conflict tussen [verzoekster] B.V. en een Vereniging van Eigenaren (VvE). [verzoekster] wilde de splitsingsakte laten wijzigen en vrijstelling krijgen van de VvE-bijdrage. De rechter wees beide verzoeken af. Ook een verzoek om een vervangende machtiging voor een geplaatste buitenunit werd niet ontvankelijk verklaard vanwege te late indiening.
Verzoek tot wijziging van de splitsingsakte
[Verzoekster] diende een verzoekschrift in om de splitsingsakte van het pand te wijzigen. Deze akte, die in 1975 werd opgesteld, regelt welke kosten de gezamenlijke eigenaren dragen. [Verzoekster] is sinds 2021 eigenaar van een bedrijfsruimte in het pand en betaalde sindsdien geen VvE-bijdragen. Bij een VvE-vergadering in april 2025 werd haar verzoek tot wijziging afgewezen.
Afwijzing van vrijstelling VvE-bijdrage
Het verzoek om vrijstelling van de VvE-bijdrage was gebaseerd op de hoop dat de splitsingsakte zou worden gewijzigd. Omdat dit niet gebeurde, wees de rechter ook deze vrijstelling af. De rechtbank vond dat het verzoek voor vrijstelling in strijd was met de wet en de bestaande splitsingsakte.
Niet-ontvankelijkheid van het verzoek voor de buitenunit
[Verzoekster] plaatste een extra buitenunit ondanks de afwijzing van haar aanvraag door de VvE. Ze vroeg de rechtbank om toestemming hiervoor, maar diende het verzoek te laat in. De termijn om dit verzoek in te dienen begon op de dag van de VvE-vergadering, waardoor het verzoek niet-ontvankelijk werd verklaard. Zelfs al was het verzoek op tijd geweest, dan nog ontbrak een onderbouwing dat er sprake was van strijd met redelijkheid en billijkheid of de splitsingsakte.
Beslissing van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat er geen wettelijke grond was voor de wijziging van de splitsingsakte, omdat dit alleen kan met instemming van alle eigenaren of een voldoende meerderheid. Geen van deze voorwaarden was vervuld. Voor de buitenunit was er ook onvoldoende onderbouwing om af te wijken van de bestaande regels. [Verzoekster] werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van de VvE, begroot op €720,00.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBNHO:2026:4267
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




