In Rotterdam heeft een zaak gespeeld waarbij de gemeente een vergunning verleende voor kamerbewoning in een pand. Buurtbewoners maakten hiertegen bezwaar, omdat zij vreesden dat de bestemming van het pand en de leefbaarheid in hun buurt onder druk zouden komen te staan. De rechter heeft uiteindelijk beslist dat de vergunning in stand blijft.
Bezwaren tegen vergunning kamerbewoning
Buurtbewoners waren het niet eens met de vergunning die door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam was verleend. Zij brachten naar voren dat de kamerbewoning in strijd zou zijn met de bestemming zoals die in de splitsingsakte staat vermeld. Ook maakten zij zich zorgen over mogelijke overlast en wezen zij op privaatrechtelijke belemmeringen die het gebruik van het pand als kamerbewoning zouden kunnen verhinderen.
Splitsingsakte speelt geen rol bij vergunning
De rechtbank stelde vast dat de splitsingsakte en andere privaatrechtelijke kwesties buiten het bereik van de gemeentelijke vergunningverlening vallen. De rechter oordeelde dat deze aspecten niet relevant zijn voor de beslissing van de gemeente om een vergunning te verlenen. Voor deze bezwaren zouden de buurtbewoners naar de burgerlijke rechter moeten stappen.
Overlast niet aannemelijk gemaakt
De rechter vond dat er geen concrete aanwijzingen waren dat de kamerbewoning tot overlast zou leiden die de leefbaarheid van de buurt zou aantasten. Hierdoor was de vergunningverlening door de gemeente terecht. De focus van de gemeente ligt op de naleving van lokale verordeningen in plaats van op privaatrechtelijke afspraken.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBROT:2025:1057
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




