Een aannemer en een Vereniging van Eigenaars (VvE) stonden voor de rechter vanwege onbetaalde facturen. De VvE weigerde de laatste betaling voor de hoofdopdracht en een meerwerkfactuur te voldoen. Ze klaagde dat de aannemer te traag werkte en het meerwerk niet goed uitvoerde. De aannemer eiste echter volledige betaling, inclusief rente en kosten. De VvE wilde haar vermeende schade verrekenen en eiste schadevergoeding.
Waarom moest de VvE betalen?
De aannemer begon de rechtszaak met een dagvaarding. Eerder kende de rechtbank in een verstekvonnis de eisen van de aannemer grotendeels toe. De VvE ging in verzet. Ze stelde dat de werkzaamheden langer duurden dan afgesproken, wat extra kosten veroorzaakte. Ook zou het meerwerk niet naar behoren zijn uitgevoerd, waardoor zij vond dat betaling terecht was opgeschort. Bovendien eiste de VvE schadevergoeding.
Argumenten van de VvE
De VvE voerde aan dat de aannemer te lang deed over de hoofdopdracht, wat extra steigerkosten veroorzaakte. Daarnaast stelde ze dat het meerwerk slecht uitgevoerd was. Volgens de VvE was de aannemer tekortgeschoten in de uitvoering, en had zij daarom het recht om betalingen op te schorten.
Standpunt van de aannemer
De aannemer beweerde dat alle werkzaamheden, inclusief het meerwerk, correct en volledig uitgevoerd waren. Volgens hem had de VvE geen formeel bezwaar gemaakt tegen de meerwerkfactuur. Bovendien was het werk geaccepteerd door de VvE-beheerder, die volgens de aannemer bevoegd was om de werkzaamheden goed te keuren.
De beslissing van de rechtbank
De kantonrechter oordeelde dat de VvE onvoldoende bewijs had voor haar claims. Er was geen fatale termijn afgesproken voor de hoofdopdracht, en de aannemer was volgens de rechter niet tekortgeschoten. Wat betreft het meerwerk, vond de kantonrechter dat de VvE onvoldoende had aangetoond dat de aannemer niet aan de overeenkomst voldeed. De VvE-beheerder had de werkzaamheden goedgekeurd, en er was geen bewijs dat de aannemer wist of had moeten weten dat de beheerder onbevoegd was.
De rechtbank bekrachtigde het verstekvonnis en wees de eisen van de VvE af. De VvE moest de twee facturen betalen, evenals de handelsrente en buitengerechtelijke kosten. Ook de tegeneis van de VvE werd verworpen wegens gebrek aan onderbouwing. De VvE werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBROT:2025:1311
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




